FG Handelingen der Apostelen 8: 38-39 | want hij reisde zijn weg met blijdschap

Schriftlezing voor de prediking Handelingen der Apostelen 8: 38-39

38 En hij gebood den wagen stil te houden; en zij daalden beiden af in het water, zo Filippus als de kamerling, en hij doopte hem.
39 En toen zij uit het water waren opgekomen, nam de Geest des Heeren Filippus weg, en de kamerling zag hem niet meer; want hij reisde zijn weg met blijdschap.

Een opname van alleen de prediking in een samenkomst van gemeente met Doop en Openbare belijdenis.