FG Mattheüs 6: 6 | Bidden in uw binnenkamer 12-06-1988

Schriftlezingen Psalmen 130 en Mattheüs 6: 5-15

1e lezing Psalmen 130

1 Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE! 2 HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen. 1 van 3 3 Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan? 4 Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. 5 Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord. 6 Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen. 7 Israël hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing. 8 En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.

2e lezing Mattheüs 6: 5 -15

5 En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben. 6 Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden. 7 En als gij bidt, zo gebruikt geen ijdel verhaal van woorden, gelijk de heidenen; want zij menen, dat zij door hun veelheid van woorden zullen verhoord worden. 8 Wordt dan hun niet gelijk; want uw Vader weet, wat gij van node hebt, eer gij Hem bidt. 9 Gij dan bidt aldus: Onze Vader, Die in de hemelen zijt! Uw Naam worde geheiligd. 10 Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, gelijk in den hemel alzo ook op de aarde. 11 Geef ons heden ons dagelijks brood. 12 En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren. 13 En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze. Want Uw is het Koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid, in der eeuwigheid, amen. 14 Want indien gij den mensen hun misdaden vergeeft, zo zal uw hemelse Vader ook u vergeven. 15 Maar indien gij den mensen hun misdaden niet vergeeft, zo zal ook uw Vader uw misdaden niet vergeven.

Mattheüs 6: 6 Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden.

Dr. de Graaff leest: Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal u antwoorden

Ook hier heb ik een gehele eredienst kunnen plaatsten i.pv. alleen de prediking en een datum kunnen bijvoegen. Dank!