Lezingen uit de Heilige Schrift – NT: in de Naardense vertaling
Galaten 5: 13-18
13 Gíj immers zijt tot vrijheid geroepen, broeders-en-zusters; alleen: maakt die vrijheid niet tot een vrijbrief voor het vlees, nee, weest elkaar juist dienstbaar door de liefde! 14 Want heel de Wet is vervat in één woord, in dít: liefhebben zul je je naaste als jezelf’ (Lev. 19,18). 15 Maar als ge elkaar bijt en aanvreet, kijk dan maar uit dat ge niet door elkaar wordt vernietigd! 16 Ik zeg daarmee: wandelt gedreven door Geestkracht en volbrengt niet het verlangen van het vlees. 17 Want wat het vlees verlangt gaat tegen de Geest in, en de Geest gaat tegen het vlees in; want die zijn elkaars tegengestelden,
zodat ge niet dat doet wat ge wel wílt. 18 Maar als ge u laat leiden door Geestkracht, dan staat ge niet meer onder een wet.
Tenach: Exodus 21: 12-25
12 wie een man zó slaat dat hij sterft, zal de dood sterven; 13 maar wie er niet op loerde, maar God liet het zo komen voor zijn hand: ik zal een plaats voor je bepalen waarheen hij kan vluchten; 14 maar stel, een man is zó kokend tegen zijn naaste dat hij hem uit de weg ruimt met een list: zelfs van mijn altaar zul je hem meenemen om te sterven; 15 wie zijn vader of zijn moeder neerslaat, zal de dood sterven; 16 wie een man steelt en hem verkoopt en hij wordt in zijn hand aangetroffen, zal de dood sterven; 17 wie zijn vader en zijn moeder vervloekt zal de dood sterven; 18 en stel, er zijn mannen aan het bekvechten en daar slaat een man zijn naaste met een steen of met de vuist,
en hij sterft niet maar valt te bed: 19 als hij opstaat en kan rondlopen, buiten,
leunend op zijn stok, dan blijft hij die geslagen heeft vrij van straf; alleen moet hij hem zijn rust geven en hem helemaal laten genezen!- 20 en stel, een man slaat zijn dienaar, of zijn dienstmaagd, met de staf en die is onder zijn hand gestorven,- met wraak zal hij worden gewroken; 21 echter als hij een dag of een paar dagen standhoudt, wordt hij niet gewroken, want zijn eigen geld is hij; 22 en stel, mannen zitten elkaar in de haren en raken een wangere vrouw zodat haar borelingen uittrekken maar er geschiedt haar geen dódelijk ongeluk,- met een boete wordt hij beboet zoals de meester van de vrouw hem oplegt, en hij geeft het via scheidsrechters; 23 maar als er een dodelijk ongeluk geschiedt dan geef je een ziel voor een ziel; 24 een oog voor een oog
een tand voor een tand; een hand voor een hand een voet voor een voet; 25 een blaar voor een blaar en een wond voor een wond; een striem voor een striem;