Exodus 30: 17-21 | Transparantie

Leerdienst Tora en Evangelie

Ki Tisa | Exodus 30: 11-34: 35

3 maart 2014 / 21 Adar 5773

Ki Tisa II, Exodus 30: 17-21

Schriftlezingen Romeinen 15: 13-19, Mattheüs 7: 1-5 en Exodus 30: 17-21

NT: Romeinen 15: 13 Moge de God van de hoop u vervullen van alle vreugde en vrede in het geloven, zodat gij overvloedig wordt in de hoop, in kracht van de heilige Geest! 14 Maar ik ben er van overtuigd, broeders-en-zusters van mij, ik voor mij over u, dat ge zelf vol zijt van goedheid, vervuld van alle kennis, bij machte ook elkaar terecht te wijzen. 15 Toch heb ik u nogal gedurfd geschreven, voor een deel, als iemand die u dingen in herinnering brengt, door de genade die mij van Godswege is gegeven, 16 om voor de heidenen een liturg van Christus Jezus te zijn, in het heilige werk van de evangelieverkondiging van God, opdat de offerande van de heidenen welaangenaam zal worden, geheiligd door de heilige Geest. 17 In het staan voor God heb ik dan ook stof tot roemen in Christus Jezus. 18 Want ik zal het niet wagen over iets anders te spreken dan over wat Christus door mij heeft bewerkt tot gehoorzaamheid van heidenen, door woord en werk, 19 in de kracht van tekenen en wonderen, in de kracht van de Geest,- zodat ik van Jeruzalem uit in het rond tot het Illyrische toe de evangelieverkondiging van de Gezalfde heb vervuld.

Mattheüs 7: 1 Oordeelt niet, opdat ge niet veroordeeld wórdt; 2 want met het oordeel waarmee gij oordeelt zult ge veroordeeld wórden, en met de maat waarmee gij meet zal voor u gemeten worden; 3 maar wat kijk je naar de splinter in het oog van je broeder, en de balk in jouw oog merk je niet op?- 4 of hoe zul je tot je broeder zeggen: laat toe dat ik de splinter uit je oog uitwerp!, en ziedaar de balk in jouw oog? 5 Oordeeloompje, werp eerst uit jouw oog de balk uit, en dán kun je beter kijken om de splinter uit te werpen uit het oog van je broeder!

Tenach: Exodus 30: 17 Dan spreekt de Ene tot Mozes en zegt: 18 maken zul je een bekken van koper met daarbij een onderstel van koper voor de wassing; plaatsgeven zul je dat tussen de tent van samenkomst en het altaar, en geven zul je daarin: water. 19 Wassen zullen Aäron en zijn zonen met water daaruit hun handen en hun voeten. 20 Als ze binnenkomen in de tent van samenkomst, wassen ze zich met het water, willen ze niet sterven; of als ze nadertreden tot het altaar voor de eredienst om een vuuroffer te laten roken voor de Ene. 21 Wassen zullen ze hun handen en hun voeten, willen ze niet sterven; wezen zal dat voor hen een inzetting van eeuwig, voor hem en voor zijn zaad, voor al hun generaties!