Leerdienst bijbelse theologie
Uit een serie: Apostolicum
Apostolicum III
Schriftlezing Mattheús 1: 12-25
En uit Zondag 14 van de Heidelberger Catechismus en uit de NGB artikel 18
Mattheüs 1: Mattheüs 1: 12 Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiël, Sealtiël verwekte Zerubbabel, 13 Zerubbabel verwekte Abiud, Abiud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor, 14 Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud, 15 Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob, 16 Jakob verwekte Jozef, de man van Maria. Bij haar werd Jezus verwekt, die Christus genoemd wordt. 17 Van Abraham tot David telt de lijst dus veertien generaties, van David tot de Babylonische ballingschap veertien generaties, en van de Babylonische ballingschap tot Christus veertien generaties. 18 De afkomst van Jezus Christus was als volgt. Toen zijn moeder Maria al was uitgehuwelijkt aan Jozef maar nog niet bij hem woonde, bleek ze zwanger te zijn door de heilige Geest. 19 Haar man Jozef, die een rechtschapen mens was, wilde haar niet in opspraak brengen en dacht erover haar in het geheim te verstoten. 20 Toen hij dit overwoog, verscheen hem in een droom een engel van de Heer. De engel zei: ‘Jozef, zoon van David, wees niet bang je vrouw Maria bij je te nemen, want het kind dat ze draagt is verwekt door de heilige Geest. 21 Ze zal een zoon baren. Geef hem de naam Jezus, want hij zal zijn volk bevrijden van hun zonden.’ 22 Dit alles is gebeurd opdat in vervulling zou gaan wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: 23 ‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven,’ wat in onze taal betekent ‘God met ons’. 24 Jozef werd wakker en deed wat de engel van de Heer hem had opgedragen: hij nam haar bij zich als zijn vrouw, 25 maar hij had geen gemeenschap met haar voordat ze haar zoon gebaard had. En hij gaf hem de naam Jezus.
Zondag 14: V&A 35 en 36V:Wat is dat gezegd: ‘Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria’? A Dat de eeuwige Zone Gods, Die waarachtig en eeuwig God is en blijft, ware menselijke natuur, uit het vlees en bloed der maagd Maria, door de werking des Heiligen Geestes, aangenomen heeft, opdat Hij ook het ware zaad Davids zij, Zijn broederen in alles gelijk, uitgenomen de zonde.
Lezing van artikel 18 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: Wij belijden dus dat God de belofte die Hij aan de vaderen gegeven had bij monde van zijn heilige profeten, vervuld heeft door zijn eigen, eniggeboren en eeuwige Zoon in de wereld te zenden op de door Hem bepaalde tijd. Deze heeft de gestalte van een dienstknecht aangenomen en is aan de mensen gelijk geworden (Filip. 2 : 7) door echte menselijke natuur werkelijk aan te nemen met al haar zwakheden, uitgezonderd de zonde. Hij is ontvangen in de schoot van de gezegende maagd Maria door de kracht van de Heilige Geest, zonder toedoen van een man. Hij heeft niet alleen de menselijke natuur aangenomen wat het lichaam betreft, maar ook een echt menselijke ziel om werkelijk mens te zijn. Want omdat de ziel evenzeer verloren was als het lichaam, moest Hij ze beide aannemen om beide te redden. Tegenover de ketterij van de wederdopers, die ontkennen dat Christus van zijn moeder de menselijke natuur aangenomen heeft, belijden wij daarom dat Hij deel gekregen heeft aan het vlees en bloed van Gods kinderen (Hebr. 2 : 4); dat Hij een vrucht van Davids lendenen is (Hand. 2 : 30), naar het vlees voortgekomen uit het geslacht van David (Rom.1 : 3); vrucht van Maria’s schoot (Luc.1 : 42); geboren uit een vrouw (Gal. 4 : 4); spruit van David (Jer. 33 : 15); scheut uit de wortel van Isaï (Jes. 11 : 1); gesproten uit Juda (Hebr. 7 : 14); wat het vlees betreft afkomstig uit de joden (Rom. 9 : 5); uit het nageslacht van Abraham, omdat Hij dat heeft aangenomen en in alle opzichten aan zijn broeders gelijk is geworden met uitzondering van de zonde (Hebr. 2 : 16-17; Hebr. 4 : 15). Zo is Hij werkelijk onze Immanuël: God met ons (Matt. 1 : 23).