Leviticus 16: 29-31 | Falen en vernieuwen

Leerdienst Tora en Evangelie 

Acharee Mot II Jom Kippoer (Leviticus 16: 29-31)

15 september 2013 / 11 Tisjri 5774

Schriftlezingen Lucas 15: 1-10, Deuteronomium 32: 1-7 en Leviticus 16: 29-31

NT Lucas 15: 1 Al de tollenaars en de zondaars nu kwamen bij Hem om Hem te horen. 2. En de Farizeeën en de schriftgeleerden morden onder elkaar en zeiden: Deze Man ontvangt zondaars en eet met hen. 3. En Hij sprak deze gelijkenis tot hen en zei: 4. Welk mens onder u die honderd schapen heeft en er één van verliest, verlaat niet de negenennegentig in de woestijn en gaat achter het verlorene aan, totdat hij het vindt? 5. En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol blijdschap op zijn schouders. 6. En als hij thuiskomt, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: Wees blij met mij, want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was. 7. Ik zeg u dat er evenzo blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die de bekering niet nodig hebben. 8. Of welke vrouw, die tien penningen heeft en één penning verliest, steekt niet een lamp aan en veegt het huis en zoekt zorgvuldig, totdat zij die vindt? 9. En als zij hem gevonden heeft, roept zij haar vriendinnen en buurvrouwen bijeen en zegt: Wees blij met mij, want ik heb de penning gevonden die ik verloren had. 10. Zo zeg Ik u, is er blijdschap vóór de engelen van God over één zondaar die zich bekeert.

Tenach Deuteronomium 32: 1 Hoor mij aan, hemel, dan zal ik spreken! Laat de aarde de woorden van mijn mond horen. 2. Laat mijn leer neerdruppelen als de regen, laten mijn woorden stromen als de dauw, als een zachte regen op het groen, en als regendruppels op het gewas. 3. Want ik zal de Naam van de HEERE uitroepen; geef grootheid aan onze God! 4. Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is, want al Zijn wegen zijn een en al recht. God is waarheid en geen onrecht; rechtvaardig en waarachtig is Hij. 5. Zij hebben verderfelijk tegen Hem gehandeld; het zijn Zijn kinderen niet. Een schandvlek! Het is een slinkse en verdorven generatie. 6. Doet u dit de HEERE aan, dwaas en onwijs volk? Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft, Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden? 7. Denk aan de dagen van vroeger tijd; let op de jaren van generatie op generatie. Vraag het uw vader, hij zal het u vertellen, vraag het uw oudsten, zij zullen het u zeggen.

Leviticus 16: 29 Dit is voor u tot een eeuwige verordening: u moet in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, uzelf verootmoedigen en geen enkel werk doen, de ingezetene niet, en de vreemdeling die in uw midden verblijft, evenmin. 30 Want op deze dag wordt voor u verzoening gedaan om u te reinigen. Van al uw zonden wordt u voor het aangezicht van de HEERE gereinigd. 31 Het is voor u sabbat, een dag van volledige rust, opdat u uzelf verootmoedigt. Dit is een eeuwige verordening.