Numeri 28: 11-15 | Rosj Chodèsj | Geloven begint in het donker

Leerdienst Tora en Evangelie

Sidra Noach | Genesis 6: 5-11: 32

2 Chesjwan 5775 / 26 oktober 2014

Sidra Noach II, Numeri 28: 11-15

Schriftlezingen Kollossenzen 2: 16 – 3: 4, Genesis 8: 13 en 22 en Numeri 28: 11-15

Kollossenzen 2: 16 Laat dan niet iemand u oordelen inzake spijs en drank of op het punt van een feest of nieuwemaan of sabbat,- 17 dingen die een schaduw zijn van de dingen die komen; maar het lichaam is dat van de Gezalfde. 18 Laat niemand u diskwalificeren door gewilde nederigheid en engelenverering, pralend met wat hij heeft gezien, zonder reden opgeblazen door wat zijn vlees bedenkt, 19 terwijl hij niet vasthoudt aan het hoofd waaruit heel het lichaam, door de gewrichten en verbindingen ondersteund en bijeengehouden, zijn goddelijke groei groeit. 20 Als ge met Christus zijt ontstorven aan de elementen van de wereld, wat laat ge u dan bepalingen opleggen alsof ge in de wereld leeft? 21 ‘Raak niet, smaak niet, roer niet aan!’ 22 Dat is allemaal tot bederf in het gebruik, overeenkomstig de ‘inzettingen en leringen van de mensen’ (Jes. 29,13),- 23 het heeft wel een roep van wijsheid met zijn eigenwillige godsdienst en nederigheid en lichaams-kastijding, maar is van geen enkele waarde; het is tot bevrediging van het vlees.

3:1 Als ge met de Gezalfde opgewekt zijt, zoekt dan de dingen die hierboven zijn, waar de Gezalfde is, ‘ter rechterhand van God gezeten’ (Ps 110,1). 2 Zint op de dingen boven, niet op de dingen op de aarde. 3 Want ge zijt gestorven, en uw leven is met de Gezalfde verborgen in God. 4 Wanneer de Gezalfde verschijnt, ons leven, dan zult ook gíj met hem verschijnen in heerlijkheid.

Genesis 8: 13 Het geschiedt in het zeshonderd en eerste jaar, aan het begin, op de eerste na nieuwemaan, dat de wateren zijn gaan opdrogen van over het aardland; dan verwijdert Noach het deksel van de ark, ziet uit,- en ziedaar, gaan drogen zijn de gelaatstrekken van de –rode– grond! 22 voortaan, al de dagen van het aardland, zullen zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht geen sabbat houden!

Numeri 28: 11 Ook op uw nieuwemaansdagen zult ge een opgangsgave doen naderen tot de Ene: twéé varren -runderzonen- en één ram en zeven schapen -zonen van een jaar- volmaakt! Numeri 28 Literatuur bij Numeri 12 Drie tienden volkoren voor een broodgift, gemengd met olijfolie per één var; twéé tienden volkoren voor een broodgift, gemengd met olijfolie per één ram. 13 En een tiende, telkens een tiende volkoren voor een broodgift, gemengd met olijfolie, per één schaap: als een opgangsgave, een reuk die-tot-rust-brengt, een vuuroffer voor de Ene. 14 En de plengoffers daarbij: de helft van een hien zal het wezen bij de var, een derde hien bij de ram, en een vierde hien wijn bij het schaap; dit is de opgangsgave van nieuwemaan, bij elke nieuwemaan van de maanden van het jaar. 15 Eén geitensater* als ontzondigingsgave voor de Ene; bíj de voortdurende opgangsgave zal die worden klaargemaakt, met het plengoffer daarbij.