Verborgen omgang IV | Psalmen 62

Schriftlezing:

1 Voor de koorleider. Naar de wijze van Jedutun. Een psalm van David. 2 Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil; 3 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen. 4 Hoelang zult gij op een man aanstormen? Gij allen zult omvergestoten worden als een hellende wand, een neerstortende muur. 5 Waarlijk, zij beraadslagen om hem van zijn hoogte af te stoten, zij scheppen behagen in leugen; zij zegenen met hun mond, maar in hun binnenste vloeken zij. sela 6 Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting; 7 waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen. 8 Op God rust mijn heil en mijn eer, mijn sterke rots, mijn schuilplaats is in God. 9 Vertrouwt op Hem te allen tijde, o volk, stort uw hart uit voor zijn aangezicht; God is ons een schuilplaats. sela 10 Waarlijk, een ademtocht zijn de geringen, een leugen de aanzienlijken; in de weegschaal gaan zij omhoog,tezamen lichter dan een ademtocht. 11 Vertrouwt niet op verdrukking, stelt geen ijdele hoop op roof; als het vermogen aanwast,zet er het hart niet op. 12 God heeft eenmaal gesproken, ik heb dit tweemaal gehoord: de sterkte is Godes. 13 Ook de goedertierenheid, o Here, is uwe, want Gij zult ieder vergelden naar zijn werk.