FG Oude testament

FG Genesis 2: 7 | De Adem des levens | 00-11-1982

Schriftlezing: Genesis 2:1-9 1 Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir. 2 Als nu God op den zevenden dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevenden dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. 3 En God heeft den zevenden dag gezegend, en dien geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te volmaken.

FG Genesis 2: 7 | Alzo werd de mens tot een levende ziel | 00-05-1989

Schriftlezing: Genesis 2: 1-9 1 Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde, en al hun heir. 2 Als nu God op den zevenden dag volbracht had Zijn werk, dat Hij gemaakt had, heeft Hij gerust op den zevenden dag van al Zijn werk, dat Hij gemaakt had. 3 En God heeft den zevenden dag gezegend, en dien geheiligd; omdat Hij op denzelven gerust heeft van al Zijn werk, hetwelk God geschapen had, om te

FG Genesis 3: 9 | Mens waar zijt gij | 19-08-1979

Schriftlezing: Genesis 3 1 De slang nu was listiger dan al het gedierte des velds, hetwelk de HEERE God gemaakt had; en zij zeide tot de vrouw: Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van allen boom dezes hofs? 2 En de vrouw zeide tot de slang: Van de vrucht der bomen dezes hofs zullen wij eten; 3 Maar van de vrucht des booms, die in het midden des hofs is,

FG Genesis 4: 1 | Geboorte 1e kind op aarde | 14-12-1980

Schriftlezingen: Genesis 3: 14-15 14 Toen zeide de HEERE God tot die slang: Dewijl gij dit gedaan hebt, zo zijt gij vervloekt boven al het vee, en boven al het gedierte des velds! Op uw buik zult gij gaan, en stof zult gij eten, al de dagen uws levens. 15 En Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; datzelve zal u den kop vermorzelen,

FG Genesis 5: 24 en 17: 1 | Henoch / Abraham | 06-09-1981

Schriftlezingen: Genesis 5: 21 – 24 21 En Henoch leefde vijf en zestig jaren, en hij gewon Methusalach. 22 En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewonnen had, driehonderd jaren; en hij gewon zonen en dochteren. 23 Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaren. 24 Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer; want God nam hem weg. Genesis 17: 1 – 8 1 Als nu Abram

FG Genesis 8: 21-22 | de lieflijke geur! Noach | 04-11-1981

  Schriftlezing: Genesis 8: 20-22 20 En Noach bouwde den HEERE een altaar; en hij nam van al het reine vee, en van al het rein gevogelte, en offerde brandofferen op dat altaar. 21 En de HEERE rook dien liefelijken reuk, en de HEERE zeide in Zijn hart: Ik zal voortaan den aardbodem niet meer vervloeken om des mensen wil; want het gedichtsel van ‘s mensen hart is boos van zijn jeugd aan; en Ik

FG Genesis 12: 3 | Wie Israel vloekt is vervloekt

Schriftlezing: Genesis 12: 1 – 81 De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, 1 De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal.2 En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!3 En Ik

FG Genesis 18: 32 | als er nog 10 rechtvaardigen zijn….. | 02-11-1980

Schriftlezingen: Genesis 18: 16 – 32 en Genesis 19: 27 – 29 1e lezing: 16 Toen stonden die mannen op van daar, en zagen naar Sodom toe; en Abraham ging met hen, om hen te geleiden. 17 En de HEERE zeide: Zal Ik voor Abraham verbergen, wat Ik doe? 18 Dewijl Abraham gewisselijk tot eengroot en machtig volk worden zal, en alle volken der aarde in hem gezegend zullen worden? 19 Want Ik heb hem

FG Genesis 22: 1a | het geschiedde na deze dingen | 03-01-1988

Schriftlezing: Genesis 22: 1-19 1 En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik! 2 En Hij zeide: Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem aldaar tot een brandoffer, op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal. 3 Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en

FG Genesis 22: 12 | Abrahams offer | 03-11-1974

Schriftlezing: Genesis 22: 1-18 1 En het geschiedde na deze dingen, dat God Abraham verzocht; en Hij zeide tot hem: Abraham! En hij zeide: Zie, hier ben ik! 2 En Hij zeide: Neem nu uw zoon, uw enige, dien gij liefhebt, Izak, en ga heen naar het land Moria, en offer hem aldaar tot een brandoffer, op een van de bergen, dien Ik u zeggen zal. 3 Toen stond Abraham des morgens vroeg op, en

FG Genesis 27: 29b | Betekenis van Israel

Schriftlezing: Genesis 27: 1-29 1 En het geschiedde, als Izak oud geworden was, en zijn ogen donker geworden waren, en hij niet zien kon; toen riep hij Ezau, zijn grootsten zoon, en zeide tot hem: Mijn zoon! En hij zeide tot hem: Zie, hier ben ik! 2 En hij zeide: Zie nu, ik ben oud geworden, ik weet den dag mijns doods niet. 3 Nu dan, neem toch uw gereedschap, uw pijlkoker en uw boog,

FG Genesis 32: 25-26 | Jacob en Ezau | 04-10-1981

  Schriftlezing: Genesis 32: 22-33  22 En hij stond op in dienzelfden nacht, en hij nam zijn twee vrouwen, en zijn twee dienstmaagden, en zijn elf kinderen, en hij toog over het veer van de Jabbok. 23 En hij nam ze, en deed hen over die beek trekken; en hij deed overtrekken hetgeen hij had. 24 Doch Jakob bleef alleen over; en een man worstelde met hem, totdat de dageraad opging. 25 En toen Hij zag, dat

FG Genesis 40: 8 | Uitleg dromen schenker en bakker | 01-08-1993

Schriftlezing: Genesis 40 1 En het geschiedde na deze dingen, dat de schenker des konings van Egypte, en de bakker, zondigden tegen hun heer, tegen den koning van Egypte. 2 Zodat Farao zeer toornig werd op zijn twee hovelingen, op den overste der schenkers, en op den overste der bakkers. 3 En hij leverde hen in bewaring, ten huize van den overste der trawanten, in het gevangenhuis, ter plaatse, waar Jozef gevangen was. 4 En

FG Genesis 47: 8-9 | Jacob ontmoet de Farao

 Tekstgedeelte uit de Heilige schrift voor de prediking Genesis 47: 8-9 8 En Farao zeide tot Jakob: Hoe vele zijn de dagen der jaren uws levens! 9 En Jakob zeide tot Farao: De dagen der jaren mijner vreemdelingschappen zijn honderd en dertig jaren; weinig en kwaad zijn de dagen der jaren mijns levens geweest, en hebben niet bereikt de dagen van de jaren des levens mijner vaderen, in de dagen hunner vreemdelingschappen. Download audio bestand

FG Exodus 14: 8a | onze vrije wil! | 18-07-1982

    Schriftlezing: Exodus 14: 1-8 1 Toen sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 2 Spreek tot de kinderen Israëls, dat zij wederkeren, en zich legeren voor Pi-hachiroth, tussen Migdol en tussen de zee, voor Baäl-zefon; daar tegenover zult gij u legeren aan de zee. 3 Farao dan zal zeggen van de kinderen Israëls: Zij zijn verward in het land; die woestijn heeft hen besloten. 4 En Ik zal Farao’s hart verstokken, dat hij hen

FG Exodus 20: 3 | Geen anderen goden voor mijn aangezicht | 29-06-1975

Schriftlezing: Psalmen 138 1 Een psalm van David. Ik zal U loven met mijn gehele hart; in de tegenwoordigheid der goden zal ik U psalmzingen. 2 Ik zal mij nederbuigen naar het paleis Uwer heiligheid, en ik zal Uw Naam loven, om Uw goedertierenheid en om Uw waarheid; want Gij hebt vanwege Uw gansen Naam Uw woord groot gemaakt. 3 Ten dage, als ik riep, zo hebt Gij mij verhoord; Gij hebt mij versterkt met

FG Leviticus 19: 18 | Gij zult uw naaste liefhebben | 04-11-1979

Schriftlezingen: Markus 12: 28-34 28 En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van alle? 29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israël! de Heere, onze God, is een enig Heere. 30 En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit

FG Leviticus 23: 32 en 27 | De grote Verzoendag | 01-10-1989

  Schriftlezingen Leviticus 23: 23-32en Mattheüs 6: 16-18 1e lezing Leviticus 23: 23-32 23 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: 24 Spreek tot de kinderen Israëls, zeggende: In de zevende maand, op den eersten der maand, zult gij een rust hebben, een gedachtenis des geklanks, een heilige samenroeping. 25 Geen dienstwerk zult gij doen; maar gij zult den HEERE vuuroffer offeren. 26 Verder sprak de HEERE tot Mozes, zeggende: 27 Doch op den tienden dezer

FG Numeri 6: 24-26 | de Zegen | 23-08-1981

Schriftlezing Numeri 6: 22-27   22 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: 23 Spreek tot Aäron en zijn zonen, zeggende: Alzo zult gijlieden de kinderen Israëls zegenen, zeggende tot hen: 24 De HEERE zegene u, en behoede u! 25 De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! 26 De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede! 27 Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israëls leggen;

FG Numeri 6: 24-26 | De Priestelijke Zegen | 31-01-1982

  Schriftlezing Numeri 6: 22-27 22 En de HEERE sprak tot Mozes, zeggende: 23 Spreek tot Aäron en zijn zonen, zeggende: Alzo zult gijlieden de kinderen Israëls zegenen, zeggende tot hen: 24 De HEERE zegene u, en behoede u! 25 De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten, en zij u genadig! 26 De HEERE verheffe Zijn aangezicht over u, en geve u vrede! 27 Alzo zullen zij Mijn Naam op de kinderen Israëls leggen;

FG Deuteronomium 6: 5 | “ons vermogen” | 18-02-1973

Schriftlezing: Deuteronomium 6: 1-9 1 Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten; 2 Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en opdat

FG Deuteronomium 6: 5 | Sjema Jisraël | 18-09-1988

Schriftlezing Deuteronomium 6: 1-9 1 Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten; 2 Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en Zijn geboden, die ik u gebiede; gij, en uw kind, en kindskind, al de dagen uws levens; en

FG Deuteronomium 11: 18 | “ons geweten” | 11-02-1973

  Schriftlezing: Deuteronomium 11: 8-21 8 Houdt dan alle geboden, die ik u heden gebiede; opdat gij gesterkt wordt en inkomt, en erft het land, waarheen gij overtrekt, om dat te erven; 9 En opdat gij de dagen verlengt in het land, dat de HEERE uw vaderen gezworen heeft, aan hen en aan hun zaad te geven; een land, vloeiende van melk en honig. 10 Want het land, waar gij naar toe gaat, om dat

FG Jozua 5: 14 | De Vorst der Heirscharen | 19-11-1978

Schriftlezing Jozua 5: 13-15 13 Voorts geschiedde het, als Jozua bij Jericho was, dat hij zijn ogen ophief, en zag toe, en ziet, er stond een Man tegenover hem, Die een uitgetogen zwaard in Zijn hand had. En Jozua ging tot Hem, en zeide tot Hem: Zijt Gij van ons, of van onze vijanden? 14 En Hij zeide: Neen, maar Ik ben de Vorst van het heir des HEEREN: Ik ben nu gekomen! Toen viel

FG Richteren 16: 22 | Simson en het licht der gerechtigheid | 06-12-1992

Schriftlezing Richteren 16: 15-31 15 Toen zeide zij tot hem: Hoe zult gij zeggen: Ik heb u lief, daar uw hart niet met mij is? Gij hebt nu driemaal met mij gespot, en mij niet verklaard, waarin uw grote kracht zij. 16 En het geschiedde, als zij hem alle dagen met haar woorden perste, en hem moeilijk viel, dat zijn ziel verdrietig werd tot stervens toe; 17 Zo verklaarde hij haar zijn ganse hart, en

FG 1 Samuël 17: 45b | De HEERE der Heirschare | 07-11-1982

Schriftgedeelte 1 Samuël 17: 45 45 David daarentegen zeide tot den Filistijn: Gij komt tot mij met een zwaard, en met een spies, en met een schild; maar ik kom tot u met Naam van den HEERE der heirscharen, den God der slagorden van Israël, Dien gij gehoond hebt.   Op het einde van de dienst wordt gezongen Psalm 68 : 9 Gods wagens, boven ‘t luchtig zwerk, Zijn tien- en tienmaal duizend sterk; Verdubbeld in

FG 1 Koningen 3: 28 | De wijsheid Gods in Salomo | 04-08-1985

Schriftlezing: 1 Koningen 3: 16-28 16 Toen kwamen er twee vrouwen, die hoeren waren, tot den koning; en zij stonden voor zijn aangezicht. 17 En de ene vrouw zeide: Och, mijn heer. Ik en deze vrouw wonen in een huis; en ik heb bij haar in dat huis gebaard. 18 Het is nu geschied op den derden dag na mijn baren dat deze vrouw ook gebaard heeft; en wij waren te zamen, geen vreemde was

FG 1 Koningen 3: 28 | Als Wijsheid wordt los gemaakt van het hart

Tekstgedeelte voor de prediking is 1 Koningen 3: 28 28 En heel Israël hoorde het oordeel dat de koning geveld had, en men had ontzag voor de koning, want zij zagen dat de wijsheid van God in hem was om recht te doen. U hoort alleen de preek. Download audio bestand

FG 1 Koningen 3: 28 | En toen kreeg ze het leven

Tekstgedeelte voor de prediking is 1 Koningen 3: 28 Hier vanuit de Staten Vertaling getoond: 28 En heel Israël hoorde het oordeel dat de koning geveld had, en men had ontzag voor de koning, want zij zagen dat de wijsheid van God in hem was om recht te doen. U hoort alleen de preek Download audio bestand

FG 1 Koningen 17: 24 | de weduwe te Sarfath | 16-04-1978

Schriftlezing 1 Koningen 17: 22-24 22 En de HEERE verhoorde de stem van Elia; en de ziel van het kind kwam weder in hem, dat het weder levend werd. 23 En Elia nam het kind, en bracht het af van de opperzaal in het huis, en gaf het aan zijn moeder; en Elia zeide: Zie, uw zoon leeft. 24 Toen zeide die vrouw tot Elia: Nu weet ik, dat gij een man Gods zijt, en

FG 2 Koningen 2: 14 | Elia’s hemelvaart | 25-06-1978

Schriftlezing: 2 Koningen 2: 1-15 1 Het geschiedde nu, als de HEERE Elia met een onweder ten hemel opnemen zou, dat Elia met Elisa ging van Gilgal. 2 En Elia zeide tot Elisa: Blijf toch hier, want de HEERE heeft mij naar Beth-el gezonden. Maar Elisa zeide: Zo waarachtig als de HEERE leeft en uw ziel leeft, ik zal u niet verlaten! Alzo gingen zij af naar Beth-el. 3 Toen gingen de zonen der profeten,

FG 2 Koningen 3: 15 | 42 kinderen verscheurd… | 02-07-1978

Schriftlezingen 2 Koningen 2: 23-25 en 2 Koningen 3: 15 1e lezing: 23 En hij ging van daar op naar Beth-el. Als hij nu den weg opging, zo kwamen kleine jongens uit de stad; die bespotten hem, en zeiden tot hem: Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op! 24 En hij keerde zich achterom, en hij zag ze, en vloekte hen, in den Naam des HEEREN. Toen kwamen twee beren uit het woud, en verscheurden van

FG 2 Koningen 4: 33 | de Sumanitische | 23-04-1978

Schriftlezing 2 Koningen 4: 8-37 8 Het geschiedde ook op een dag, als Elisa naar Sunem doortrok, dat aldaar een grote vrouw was, dewelke hem aanhield om brood te eten. Voorts geschiedde het, zo dikwijls hij doortrok, week hij daarin, om brood te eten. 9 En zij zeide tot haar man: Zie nu, ik heb gemerkt, dat deze man Gods heilig is, die bij ons altoos doortrekt. 10 Laat ons toch een kleine opperkamer van

FG 2 Koningen 5: 14 | Naäman 7x gedompeld | 02-12-1979

Schriftlezing: 2 Koningen 1-19 1 Naäman nu, de krijgsoverstevan den koning van Syrië, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE den Syriërs verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats. 2 En er waren benden uit Syrië getogen, en hadden een kleine jonge dochter uit het land van Israël gevankelijk gebracht, die in den dienst der huisvrouw van Naäman was.

FG 2 Koningen 5: 14 | Naäman de Syrier | 24-08-1986

Schriftlezing: 2 Koningen 5: 1-19 1 Naäman nu, de krijgsoverste van den koning van Syrië, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE den Syriërs verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats. 2 En er waren benden uit Syrië getogen, en hadden een kleine jonge dochter uit het land van Israël gevankelijk gebracht, die in den dienst der huisvrouw van

FG 2 Koningen 5: 26b | Gehazi kent zijn tijd niet | 09-12-1979

Schriftlezing 2 Koningen 5: 20-27 20 Gehazi nu, de jongen van Elisa, den man Gods, zeide: Zie, mijn heer heeft Naäman, dien Syriër belet, dat men uit zijn hand niet genomen heeft, wat hij gebracht had; maar zo waarachtig als de HEERE leeft, ik zal hem nalopen, en zal wat van hem nemen! 21 Zo volgde Gehazi Naäman achterna. En toen Naäman zag, dat hij hem naliep, viel hij van den wagen af, hem tegemoet,

FG 2 Koningen 6: 6-7 | Elisa en de bijl | 09-07-1978

Schriftlezing 2 Koningen 6: 1-7 1 En de kinderen der profeten zeiden tot Elisa: Zie nu, de plaats, waar wij wonen voor uw aangezicht, is voor ons te eng. 2 Laat ons toch tot aan de Jordaan gaan, en elk van daar een timmerhout halen, dat wij ons daar een plaats maken, om er te wonen. En hij zeide: Gaat heen. 3 En er zeide een: Het believe u toch te gaan met uw knechten.

FG Job 42: 10 | Job is Israël | 18-11-1979

Schriftlezing: Job 1: 6-12 6 Het gebeurde op een dag, toen de zonen van God kwamen om hun opwachting te maken bij de HEERE, dat ook de satan in hun midden kwam. 7. Toen zei de HEERE tegen de satan: Waar komt u vandaan? En de satan antwoordde de HEERE en zei: Van het rondtrekken over de aarde en van het rondwandelen erover. 8. De HEERE zei tegen de satan: Hebt u ook acht geslagen

FG Job 42: 8 en 10a | Job is Israel | 06-11-1983

Schriftlezing: Job 42 1 Toen antwoordde Job den HEERE, en zeide: 2 Ik weet, dat Gij alles vermoogt, en dat geen van Uw gedachten kan afgesneden worden. 3 Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zo heb ik dan verhaald, hetgeen ik niet verstond, dingen, die voor mij te wonderbaar waren, die ik niet wist. 4 Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen, en onderricht Gij mij. 5 Met

FG Psalmen 2: 1 | Waartoe woeden de heidenen | 19-10-1980

Schriftlezing vanuit de Staten Vertaling: 1 Waarom woeden de heidenen, en bedenken de volken ijdelheid? 2 De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen te zamen tegen den HEERE, en tegen Zijn Gezalfde, zeggende: 3 Laat ons hun banden verscheuren, en hun touwen van ons werpen. 4 Die in den hemel woont, zal lachen; de HEERE zal hen bespotten. 5 Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, en in Zijn

FG Psalmen 14: 1 | God is bij de rechtvaardigen | 13-07-1975

Schriftlezing Psalmen 14 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. De dwaas zegt in zijn hart: Er is geen God. Zij verderven het, zij maken het gruwelijk met hun werk; er is niemand, die goed doet. 2 De HEERE heeft uit den hemel nedergezien op de mensenkinderen, om te zien, of iemand verstandig ware, die God zocht. 3 Zij zijn allen afgeweken, te zamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand, die goed doet,

FG Psalmen 19: 2 en 8a | De wet des HEEREN is volmaakt | 16-07-1981

Schriftlezing: Psalmen 19 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. 2 De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk. 3 De dag aan den dag stort overvloediglijk spraak uit, en de nacht aan den nacht toont wetenschap. 4 Geen spraak, en geen woorden zijn er, waar hun stem niet wordt gehoord. 5 Hun richtsnoer gaat uit over de ganse aarde, en hun redenen aan het einde der wereld; Hij heeft

FG Psalmen 23: 1b | De Heer is mijn Herder | 05-08-1979

Schriftlezing Psalmen 23 1 Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. 2 Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtjes aan zeer stille wateren. 3 Hij verkwikt mijn ziel; Hij leidt mij in het spoor der gerechtigheid, om Zijns Naams wil. 4 Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en

FG Psalmen 25: 1 | Ik verhef mijn ziel omhoog 29-09-1992

Lezing uit de Heilige Schrift: Psalmen 25 1 Een psalm van David. Aleph. Tot U, o HEERE! hef ik mijn ziel op. 2 Beth. Mijn God! op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij. 3 Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak. 4 Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw

FG Psalmen 25: 1 | Tot U o Heere hef ik mijn ziel op | 12-01-1986

Schriftlezing Psalmen 25 1 Een psalm van David. Aleph. Tot U, o HEERE! hef ik mijn ziel op. 2 Beth. Mijn God! op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij. 3 Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak. 4 Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. 5 He. Vau. Leid

FG Psalmen 25: 5 | Leid mij in Uw waarheid | 14-07-1974

Schriftlezing Psalmen 25 1 Een psalm van David. Aleph. Tot U, o HEERE! hef ik mijn ziel op. 2 Beth. Mijn God! op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij. 3 Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak. 4 Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. 5 He. Vau.

FG Psalmen 25: 14 | Verborgen omgang | 27-06-1976

Schriftlezing Psalmen 25 1 Een psalm van David. Aleph. Tot U, o HEERE! hef ik mijn ziel op. 2 Beth. Mijn God! op U vertrouw ik; laat mij niet beschaamd worden; laat mijn vijanden niet van vreugde opspringen over mij. 3 Gimel. Ja, allen, die U verwachten, zullen niet beschaamd worden; zij zullen beschaamd worden, die trouwelooslijk handelen zonder oorzaak. 4 Daleth. HEERE! maak mij Uw wegen bekend, leer mij Uw paden. 5 He. Vau.

FG Psalmen 27: 5 | Nabij God zijn alle dingen mogelijk

Tekstgedeelte genomen uit Psalmen 27 De HEERE is mijn licht en mijn heil,voor wie zou ik vrezen?De HEERE is mijn levenskracht,voor wie zou ik angst hebben? 2. Toen kwaaddoeners op mij afkwamen,om mij levend te verslinden– mijn tegenstanders en mijn vijanden –struikelden zij zelf en vielen. 3. Al belegerde mij een leger,mijn hart zou niet vrezen;al brak er een oorlog tegen mij uit,toch vertrouw ik hierop. 4. Eén ding heb ik van de HEERE verlangd,dát

FG Psalmen 32: 5 | Jezus neemt de zonden op Zich | 06-11-1977

Schriftlezing Psalmen 32 1. Een onderwijzing van David. Welgelukzalig is hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is. 2 Welgelukzalig is de mens, dien de HEERE de ongerechtigheid niet toerekent, en in wiens geest geen bedrog is. 3 Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag. 4 Want Uw hand was dag en nacht zwaar op mij; mijn sap werd veranderd in zomerdroogten. Sela. 5 Mijn zonde maakte ik U

FG Psalmen 34: 9 | de vijf zintuigen van een mens, smaak selecteerd | 30-06-1974

Schriftlezing Psalmen 34 1 Een psalm van David, als hij zijn gelaat veranderd had voor het aangezicht van Abimelech, die hem wegjoeg, dat hij doorging. 2 Aleph. Ik zal den HEERE loven te aller tijd; Zijn lof zal geduriglijk in mijn mond zijn. 3 Beth. Mijn ziel zal zich beroemen in den HEERE; de zachtmoedigen zullen het horen en verblijd zijn. 4 Gimel. Maakt den HEERE met mij groot, en laat ons Zijn Naam samen

FG Psalmen 55: 23a | Werpt al uw bekommernissen op Hem | 24-01-1982

Schriftlezing Psalmen 55: 17-24 17 Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen. 18 Des avonds, en des morgens, en des middags zal ik klagen en getier maken; en Hij zal mijn stem horen. 19 Hij heeft mijn ziel in vrede verlost van den strijd tegen mij; want met menigte zijn zij tegen mij geweest. 20 God zal horen, en zal hen plagen, als die van ouds zit, Sela; dewijl

FG Psalmen 72: 1 | Dodenherdenking en Vorstenhuis | 04-05-1980

Schriftlezing Psalmen 72:  1 Voor Salomo. O God! geef den koning Uw rechten, en Uw gerechtigheid den zoon des konings. 2 Zo zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw ellendigen met recht. 3 De bergen zullen den volke vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid. 4 Hij zal de ellendigen des volks richten; hij zal de kinderen des nooddruftigen verlossen, en den verdrukker verbrijzelen. 5 Zij zullen U vrezen, zolang de zon en

FG Psalmen 77: 11 en 12 | “Dit maakt mij ziek!” | Gedenken | 15-11-1981

Schriftlezing Psalmen 77 1 Een psalm van Asaf, voor den opperzangmeester, over Jeduthun. 2 Mijn stem is tot God, en ik roep; mijn stem is tot God, en Hij zal het oor tot mij neigen. 3 Ten dage mijner benauwdheid zocht ik den HEERE; mijn hand was des nachts uitgestrekt, en liet niet af; mijn ziel weigerde getroost te worden. 4 Dacht ik aan God, zo maakte ik misbaar; peinsde ik, zo werd mijn ziel

FG Psalmen 86: 11 en 12 | Leer mij, Here Uw weg | 22-07-1973

Schriftlezing Psalmen 86 1 Een gebed van David. HEERE! neig Uw oor, verhoor mij; want ik ben ellendig en nooddruftig. 2 Bewaar mijn ziel, want ik ben Uw gunstgenoot, o Gij, mijn God! verlos Uw knecht, die op U betrouwt. 3 Zijt mij genadig, HEERE! want ik roep tot U den gansen dag. 4 Verheug de ziel Uws knechts; want tot U, HEERE! verhef ik mijn ziel. 5 Want Gij, HEERE! zijt goed, en gaarne

FG Psalmen 87: 5 en 6 | Die en die is daarin geboren | 02-08-1981

  Schriftlezing Psalmen 87   1 Een psalm, een lied voor de kinderen van Korach. Zijn grondslag is op de bergen der heiligheid. 2 De HEERE bemint de poorten van Sion boven alle woningen van Jakob. 3 Zeer heerlijke dingen worden van u gesproken, o stad Gods! Sela. 4 Ik zal Rahab en Babel vermelden, onder degenen, die Mij kennen; ziet, de Filistijn, en de Tyriër, met den Moor, deze is aldaar geboren. 5 En

FG Psalmen 90: 3 en 13 | Wederkeren Omkeren

Schriftlezing Psalmen 90   1 Een gebed van Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht.2 Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God.3 Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen!4 Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan is, en

FG Psalmen 90: 12 | Leer ons onze dagen tellen | 31-12-1972

Schriftlezing Psalmen 90 1 Een gebed van Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht. 2 Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God. 3 Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen! 4 Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan

FG Psalmen 90: 15 en 16 | Verheug u in de dagen welke gij verdrukt zijt | 31-12-1979

Schriftlezing Psalmen 90 1 Een gebed van Mozes, den man Gods. HEERE! Gij zijt ons geweest een Toevlucht van geslacht tot geslacht. 2 Eer de bergen geboren waren, en Gij de aarde en de wereld voortgebracht hadt, ja, van eeuwigheid tot eeuwigheid zijt Gij God. 3 Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling, en zegt: Keert weder, gij mensenkinderen! 4 Want duizend jaren zijn in Uw ogen als de dag van gisteren, als hij voorbijgegaan

FG Psalmen 103: 2 | Zegen de Heere | 15-07-1973

  Schriftlezing Psalmen 103 1 Een psalm van David. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam. 2 Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden; 3 Die al uw ongerechtigheid vergeeft, die al uw krankheden geneest; 4 Die uw leven verlost van het verderf, die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheden; 5 Die uw mond verzadigt met het goede, uw jeugd vernieuwt als eens

FG Psalmen 111: 10a | De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid

Schriftlezing Psalmen 111   1 Hallelujah! Aleph. Ik zal den HEERE loven van ganser harte; Beth. In den raad en vergadering der oprechten.2 Gimel. De werken des HEEREN zijn groot; Daleth. zij worden gezocht van allen, die er lust in hebben.3 He. Zijn doen is majesteit en heerlijkheid; Vau. en Zijn gerechtigheid bestaat in der eeuwigheid.4 Zain. Hij heeft Zijn wonderen een gedachtenis gemaakt; Cheth. de HEERE is genadig en barmhartig.5 Teth. Hij heeft dengenen,

FG Psalmen 119: 1-2 | Israels vreugde van de wet | 28-09-1975

Schriftlezing: Deuteronomium 34 1 Toen ging Mozes op uit de vlakke velden van Moab, naar den berg Nebo, op de hoogten van Pisga, welke recht tegenover Jericho is; en de HEERE wees hem dat ganse land, Gilead tot Dan toe; 2 En het ganse Nafthali, en het land van Efraïm en Manasse, en het ganse land van Juda, tot aan de achterste zee; 3 En het Zuiden, en het effen veld der vallei van Jericho,

FG Psalmen 119: 1 en 2 | Welgelukzalig, die de Wet des Heren gaan

Schriftlezing staat niet op de opname. in de opname van 1975 te Hattem, klonk bij deze tekst: Deuteronomium 34 en Genesis 1: 1 Uit de Statenvertaling hier de tekst voor de prediking: Psalmen 119: 1 en 2  1 Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des HEEREN gaan 2 Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken; Aan het einde van de dienst klinkt Psalm 98: 2 2 Hij

FG Psalmen 119: 105 | Uw woord is een lamp | 01-02-1981

  Schriftlezing: Psalmen 119: 97-106 97 Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag. 98 Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij. 99 Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn. 100 Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb. 101 Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade

FG Psalmen 139 : 16a | Uw ogen hebben mijn ongevormde klomp gezien | 27-10-1974

Schriftlezing Psalmen 139 1 Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij. 2 Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten. 3 Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend. 4 Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, Heere! Gij weet het alles. 5 Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw

FG Psalmen 139: 23-24 | Doorgrond mij o God | 29-08-1976

Schriftlezing Genesis 9: 20-29 20 En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard. 21 En hij dronk van dien wijn, en werd dronken; en hij ontblootte zich in het midden zijner tent. 22 En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen. 23 Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts,

FG Psalmen 150: 6 | In ademen van Gods Geest | 22-06-1975

Schriftlezing Psalmen 150 1 Hallelujah! Looft God in Zijn heiligdom; looft Hem in het uitspansel Zijner sterkte! 2 Looft Hem vanwege Zijn mogendheden; looft Hem naar de menigvuldigheid Zijner grootheid! 3 Looft Hem met geklank der bazuin; looft Hem met de luit en met de harp! 4 Looft Hem met de trommel en fluit; looft Hem met snarenspel en orgel! 5 Looft Hem met hel klinkende cimbalen; looft Hem met cimbalen van vreugdegeluid! 6 Alles,

FG Psalmen 150: 6 | Alles wat adem heeft love de Heere | 00-06-1989

Schriftlezingen uit de SV: 1e Schriftlezing Genesis 7: 17-24 En die vloed was veertig dagen op de aarde, en de wateren vermeerderden, en hieven de ark op, zodat zij oprees boven de aarde. 18 En de wateren namen de overhand, en vermeerderden zeer op de aarde; en de ark ging op de wateren. 19 En de wateren namen gans zeer de overhand op de aarde, zodat alle hoge bergen, die onder den gansen hemel zijn,

FG Spreuken 8: 22 en 23 | De wijsheid spelend voor Zijn aangezicht | 14-12-1975

Schriftlezing Spreuken 8: 22-36 22 De HEERE bezat Mij in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan. 23 Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan. 24 Ik was geboren, als de afgronden nog niet waren, als nog geen fonteinen waren, zwaar van water; 25 Aleer de bergen ingevest waren, voor de heuvelen was Ik geboren. 26 Hij had de aarde nog niet gemaakt,

FG Spreuken 12: 10 | De rechtvaardige kent zijn vee | 25-10-1981

Tekst voor de prediking: Spreuken 12: 10 De rechtvaardige kent het leven van zijn beest; maar de barmhartigheden der goddelozen zijn wreed. De slotpsalm is Psalm 33: 11 geweest  11 Laat ons alom Zijn lof ontvouwen: In Hem verblijdt zich ons gemoed, Omdat wij op Zijn naam vertrouwen, Dien Naam, zo heilig, groot en goed. Goedertieren Vader, Milde zegenader, Stel Uw vriend’lijk hart, Op Wiens gunst wij hopen, Eeuwig voor ons open; Weer steeds alle

FG Spreuken 25: 2 | Gods eer een zaak te verbergen | 14-08-1977

Schriflezing Spreuken 25: 1-7 1 Dit zijn ook spreuken van Salomo, die de mannen van Hizkia, den koning van Juda, uitgeschreven hebben. 2 Het is Gods eer een zaak te verbergen; maar de eer der koningen een zaak te doorgronden. 3 Aan de hoogte des hemels, en aan de diepte der aarde, en aan het hart der koningen is geen doorgronding. 4 Doe het schuim van het zilver weg, en er zal een vat voor

FG Prediker 3: 11 en 12 | Alles heeft zijn bestemde tijd | 28-08 1977

  Schriftlezing Prediker 3: 1-15 1 Alles heeft een bestemden tijd, en alle voornemen onder den hemel heeft zijn tijd. 2 Er is een tijd om geboren te worden, en een tijd om te sterven; een tijd om te planten, en een tijd om het geplante uit te roeien; 3 Een tijd om te doden, en een tijd om te genezen; een tijd om af te breken, en een tijd om te bouwen; 4 Een

FG Prediker 3: 11 | Hij heeft ieder ding schoon gemaakt | 19-07-1992

Schriftlezing: Prediker 3: 9-15 9 Wat voordeel heeft hij, die werkt, van hetgeen hij bearbeidt? 10 Ik heb gezien de bezigheid, die God den kinderen der mensen gegeven heeft, om zichzelven daarmede te bekommeren. 11 Hij heeft ieder ding schoon gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuwigheid in hun hart gelegd, zonder dat een mens het werk, dat God gemaakt heeft, kan uitvinden, van het begin tot het einde toe. 12 Ik heb

FG Prediker 7: 8b | Lankmoedig – Hoogmoedig, Grootmoedig | 27-09-1981

  Schriftlezing Mattheus 11: 25-30 25 In dienzelfden tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader! Heere des hemels en der aarde! dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve den kinderkens geopenbaard. 26 Ja, Vader! Want alzo is geweest het welbehagen voor U. 27 Alle dingen zijn Mij overgegeven van Mijn Vader; en niemand kent den Zoon dan de Vader, noch iemand kent den Vader dan de

FG Prediker 7: 16a en18b | Weest niet al te rechtvaardig | 04-07-1976

Schriftlezing: 15 Dit alles heb ik gezien in de dagen mijner ijdelheid; er is een rechtvaardige, die in zijn gerechtigheid omkomt; daarentegen is er een goddeloze, die in zijn boosheid zijn dagen verlengt. 16 Wees niet al te rechtvaardig, noch houd uzelven al te wijs; waarom zoudt gij verwoesting over u brengen? 17 Wees niet al te goddeloos, noch wees al te dwaas; waarom zoudt gij sterven buiten uw tijd? 18 Het is goed, dat

FG Prediker 8: 14 | Godsbestuur niet te doorgronden | 04-09-1977

Schriftlezing Prediker 8: 11-17: 11 Omdat niet haastelijk het oordeel over de boze daad geschiedt, daarom is het hart van de kinderen der mensen in hen vol om kwaad te doen. 12 Hoewel een zondaar honderd maal kwaad doet, en God hem de dagen verlengt; zo weet ik toch, dat het dien zal welgaan, die God vrezen, die voor Zijn aangezicht vrezen. 13 Maar den goddeloze zal het niet welgaan, en hij zal de dagen

FG Prediker 9: 1-2 | Allen treft één zelfde lot | 11-09-1977

Schriftlezing Prediker 9: 1-12 1 Zekerlijk, dit alles heb ik in mijn hart gelegd, opdat ik dit alles klaarlijk mocht verstaan, dat de rechtvaardigen, en de wijzen, en hun werken in de hand Gods zijn; ook liefde, ook haat, weet de mens niet uit al hetgeen voor zijn aangezicht is. 2 Alle ding wedervaart hun, gelijk aan alle anderen; enerlei wedervaart den rechtvaardige en den goddeloze, den goede en den reine, als den onreine; zo

FG Jesaja 9: 1a | Het uitlandigvolk | 29-11-1981

Schriftlezing Jesaja 9: 1-7 1 Het volk, dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen, die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen. 2 Gij hebt dit volk vermenigvuldigd, maar Gij hebt de blijdschap niet groot gemaakt; zij zullen nochtans blijde wezen voor Uw aangezicht, gelijk men zich verblijdt in den oogst, gelijk men verheugd is, wanneer men de buit uitdeelt. 3 Want het juk van

FG Jesaja 25: 7(8) | Bewindsel der volkeren vernietigd | 06-12-1981

  Schriftlezing: Jesaja 25 1 HEERE! Gij zijt mijn God, U zal ik verhogen, Uw Naam zal ik loven, want Gij hebt wonder gedaan; Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid. 2 Want Gij hebt van de stad een steenhoop gemaakt; de vaste stad tot een vervallen hoop; het paleis der vreemdelingen, dat het geen stad meer zij, in eeuwigheid zal zij niet herbouwd worden. 3 Daarom zal U een machtig volk eren, de

FG Jesaja 25: 7(8) | Een sluier over de volken | 00-12-1984

Schriftlezing Jesaja 25: 1-12 1 HEERE! Gij zijt mijn God, U zal ik verhogen, Uw Naam zal ik loven, want Gij hebt wonder gedaan; Uw raadslagen van verre zijn waarheid en vastigheid. 2 Want Gij hebt van de stad een steenhoop gemaakt; de vaste stad tot een vervallen hoop; het paleis der vreemdelingen, dat het geen stad meer zij, in eeuwigheid zal zij niet herbouwd worden. 3 Daarom zal U een machtig volk eren, de

FG Jesaja 45: 7 | Ik formeer licht en schep duisternis | 16-10-1977

Schriftlezing: Jesaja 45: 1-15 1 Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden: 2 Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en de ijzeren grendelen zal

FG Jesaja 45: 7 | Ik bewerk de duisternis | 02-09-1990

Schriftlezing Jesaja 45: 1-8 vanuit de SV 1 Alzo zegt de HEERE tot Zijn gezalfde, tot Cores, wiens rechterhand Ik vat, om de volken voor zijn aangezicht neder te werpen; en Ik zal de lendenen der koningen ontbinden, om voor zijn aangezicht de deuren te openen, en de poorten zullen niet gesloten worden: 2 Ik zal voor uw aangezicht gaan, en Ik zal de kromme wegen recht maken; de koperen deuren zal Ik verbreken, en

FG Jesaja 53: 4-5 | De zin van het lijden | 03-03-1974

Schriftlezing: Jesaja 52: 13- Jesaja 53 tot einde Jesaja 52: 13 Ziet, Mijn Knecht zal verstandelijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden. 14 Gelijk als velen zich over u ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen; 15 Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen

FG Jesaja 64: 1 | Och dat Gij de hemelen scheurdet | 19-12-1974

Schriftlezing: Jesaja 63: 16 – 64: 12 16 Gij zijt toch onze Vader, want Abraham weet van ons niet, en Israël kent ons niet; Gij, o HEERE! zijt onze Vader, onze Verlosser van ouds af is Uw Naam. 17 HEERE! waarom doet Gij ons van Uw wegen dwalen, waarom verstokt Gij ons hart, dat wij U niet vrezen? Keer weder om Uwer knechten wil, de stammen Uws erfdeels. 18 Uw heilig volk heeft het maar

FG Daniël 6: 11 | Hij had nu een open venster naar Jeruzalem | 1974

Schriftgedeelte Daniël 6, 1-12 hier uit de SV getoond. 1 Darius, de Meder nu, ontving het koninkrijk, omtrent twee en zestig jaren oud zijnde. 2 En het dacht Darius goed, dat hij over het koninkrijk stelde honderd en twintig stadhouders, die over het ganse koninkrijk zijn zouden; 3 En over dezelve drie vorsten, van dewelke Daniël de eerste zou zijn, denwelken die stadhouders zelfs zouden rekenschap geven, opdat de koning geen schade leed. 4 Toen

FG Daniël 6: 11 | In de leeuwenkuil | 9 november 1975

Schriftlezing Daniël 6: 1-25 1 Darius, de Meder nu, ontving het koninkrijk, omtrent twee en zestig jaren oud zijnde. 2 En het dacht Darius goed, dat hij over het koninkrijk stelde honderd en twintig stadhouders, die over het ganse koninkrijk zijn zouden; 3 En over dezelve drie vorsten, van dewelke Daniël de eerste zou zijn, denwelken die stadhouders zelfs zouden rekenschap geven, opdat de koning geen schade leed. 4 Toen overtrof deze Daniël die vorsten

FG Amos 5: 8a | Doodschaduw veranderd in vroeg licht | 24-12-1972

Schriftlezing Amos 5: 4-8: 4 Want zo zegt de HEERE tot het huis Israëls: Zoekt Mij, en leeft. 5 Maar zoekt Beth-el niet, en komt niet te Gilgal, en gaat niet over naar Ber-seba; want Gilgal zal voorzeker gevankelijk worden weggevoerd, en Beth-el zal worden tot niet. 6 Zoekt den HEERE, en leeft; opdat Hij niet doorbreke in het huis van Jozef als een vuur, dat vertere, zodat er niemand zij, die het blusse in

FG Maléachi 1: 2 en 3a | Jakob lief gehad en Ezau gehaat | 31-10-0000

Schriftlezing Maléachi 1: 1-5 1 De last van het woord des HEEREN tot Israël, door den dienst van Maleachi.2 Ik heb u liefgehad, zegt de HEERE; maar gij zegt: Waarin hebt Gij ons liefgehad? Was niet Ezau Jakobs broeder? spreekt de HEERE; nochtans heb Ik Jakob liefgehad.3 En Ezau heb Ik gehaat; en Ik heb zijn bergen gesteld tot een verwoesting, en zijn erve voor de draken der woestijn.4 Ofschoon Edom zeide: Wij zijn verarmd,