FG Nieuwe testament

FG Mattheüs 1: 20 | Maagdelijke ontvangenis

Schriftlezing Mattheüs 1: 18-25 18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest. schilderij van Anonymus: Zwangere Maria, en Jozef 19 Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten. schilderij van Georges de La Tour: De droom van Jozef 20

FG Mattheüs 1: 19-20 | Jozef en Maria | 13-11-1977

  Schriftlezing Mattheüs 1: 18-20 18 De geboorte van Jezus Christus was nu aldus; want als Maria, zijn moeder, met Jozef ondertrouwd was, eer zij samengekomen waren, werd zij zwanger bevonden uit den Heiligen Geest. 19 Jozef nu, haar man, alzo hij rechtvaardig was, en haar niet wilde openbaarlijk te schande maken, was van wil haar heimelijk te verlaten. 20 En alzo hij deze dingen in den zin had, ziet, de engel des Heeren verscheen

FG Mattheüs 2: 1-2 | De sterrenwichelaars | 06-01-1980

Schriftlezing Mattheüs 2: 1- 12 1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen. schilderij van Rogier van der Weyden: Het visioen van de koningen 2 Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden. 3 De koning Herodes nu, dit

FG Mattheüs 2: 1en2 | De wijzen uit het oosten | 05-01-1992

Schriftlezing: Mattheüs 2: 1-12 1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen. schilderij van Rogier van der Weyden: Het visioen van de koningen 2 Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden. 3 De koning Herodes nu, dit gehoord

FG Mattheüs 2: 1-2 | de Magiërs van het Oosten | 01-1985

Schriftlezing: Mattheüs 2: 1-12 1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen. 2 Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden. 3 De koning Herodes nu, dit gehoord hebbende, werd ontroerd, en geheel Jeruzalem, met hem. 4 En bijeenvergaderd

FG Mattheüs 2: 1-2 | De wijzen uit het oosten | 06-01-1990

Mattheüs 2: 1-12  vanuit de  Staten Vertaling 1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen. 2 Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden. 3 De koning Herodes nu, dit gehoord hebbende, werd ontroerd, en geheel Jeruzalem, met hem.

FG Mattheüs 2: 11 | Astrologie | Goud Wierook Mirre | 09-01-1983

Schriftlezing: Mattheüs 2:1-12 1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen. schilderij van Rogier van der Weyden: Het visioen van de koningen 2 Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden. 3 De koning Herodes nu, dit gehoord hebbende, werd

FG Mattheüs 2: 11b | De drie wijzen | 03-01-1993

Schriftlezing: Mattheüs 2: 1-12 1 Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judea, in de dagen van den koning Herodes, ziet, enige wijzen van het Oosten zijn te Jeruzalem aangekomen. 2 Zeggende: Waar is de geboren Koning der Joden? want wij hebben gezien Zijn ster in het Oosten, en zijn gekomen om Hem te aanbidden. 3 De koning Herodes nu, dit gehoord hebbende, werd ontroerd, en geheel Jeruzalem, met hem. 4 En bijeenvergaderd

FG Mattheüs 2: 14 | De vlucht naar Egypte

Schriftlezing Mattheüs 2: 13 Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Herodes zal het Kindeken zoeken, om Hetzelve te doden. 14 Hij dan opgestaan zijnde, nam het Kindeken en Zijn moeder tot zich in den nacht, en vertrok naar Egypte; 15

FG Mattheüs 2: 16 | Rama | 03-01-1982

Schriftlezing: Mattheüs 2: 12-23 12 En door Goddelijke openbaring vermaand zijnde in den droom, dat zij niet zouden wederkeren tot Herodes, vertrokken zij door een anderen weg weder naar hun land. 13 Toen zij nu vertrokken waren, ziet, de engel des Heeren verschijnt Jozef in den droom, zeggende: Sta op, en neem tot u het Kindeken en Zijn moeder, en vlied in Egypte, en wees aldaar, totdat ik het u zeggen zal; want Herodes zal

FG Mattheüs 3: 15 | Jezus doop | 13-01-1980

Schriftlezing Mattheüs 3: 13-17 13 Toen kwam Jezus van Galilea naar de Jordaan, tot Johannes, om van hem gedoopt te worden. 14 Doch Johannes weigerde Hem zeer, zeggende: Mij is nodig van U gedoopt te worden, en komt Gij tot mij? 15 Maar Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Laat nu af; want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij van Hem af. 16 En Jezus, gedoopt zijnde, is terstond opgeklommen uit het

FG Mattheüs 4: 3-4 | Verzoeking in de woestijn | 02-02-1975

Schriftlezing Mattheüs 3: 17- 4: 4 17 En ziet, een stem uit de hemelen, zeggende: Deze is Mijn Zoon, Mijn Geliefde, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb! 4: 1 Toen werd Jezus van den Geest weggeleid in de woestijn, om verzocht te worden van den duivel. 2 En als Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, hongerde Hem ten laatste. 3 En de verzoeker, tot Hem gekomen zijnde, zeide: Indien Gij Gods Zoon zijt,

FG Mattheüs 5: 1-3 | Zalig de armen van geest | 07-09-1986

Schriftlezing Mattheüs 5: 1-12 1 En Jezus, de schare ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem. 2 En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende: 3 Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. 4 Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden. 5 Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven. 6 Zalig zijn die hongeren

FG Mattheüs 5: 3 | Zalig zijn de armen van geest

De schriftlezing is uit Mattheüs 5: 1-12 1 En Jezus, de schare ziende, is geklommen op een berg, en als Hij nedergezeten was, kwamen Zijn discipelen tot Hem. 2 En Zijn mond geopend hebbende, leerde Hij hen, zeggende: 3 Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. 4 Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden. 5 Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven. 6 Zalig

FG Mattheüs 5: 4 | Zondag 1 vraag 1 | 03-12-1972

Schriftlezing: 1 Petrus 1: 13-25 13 Daarom opschortende de lenden uws verstands, en nuchteren zijnde, hoopt volkomenlijk op de genade, die u toegebracht wordt in de openbaring van Jezus Christus. 14 Als gehoorzame kinderen, wordt niet gelijkvormig aan de begeerlijkheden, die te voren in uw onwetendheid waren; 15 Maar gelijk Hij, Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gijzelven heilig in al uw wandel; 16 Daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik

FG Mattheüs 5: 8 en Psalmen 73 | Zalig de reine van hart | 05-09-1982

Zingen Psalm 73: 1 en 2 1 Ja waarlijk, God is Isrel goed, Voor hen, die rein zijn van gemoed; Hoe donker ooit Gods weg moog’ wezen, Hij ziet in gunst op die Hem vrezen. Maar ach, hoewel mijn ziel dit weet, Mijn voeten waren in mijn leed, Schier uitgeweken, en mijn treen Van ‘t spoor der godsvrucht afgegleen. 2 Ik zag met nijdig’ ogen aan, Hoe dwazen hier op rozen gaan, En hoe goddlozen

FG Mattheüs 6: 6 | ons 1e en 2e ik in de binnenkamer | 27-01-1980

Schriftlezingen 1e lezing: Jesaja 26: 19-21 19 Uw doden zullen leven, ook mijn dood lichaam, zij zullen opstaan; waakt op en juicht, gij, die in het stof woont! want uw dauw zal zijn als een dauw der moeskruiden, en het land zal de overledenen uitwerpen. 20 Ga henen, mijn volk! ga in uw binnenste kamers, en sluit uw deuren na u toe; verberg u als een klein ogenblik, totdat de gramschap overga. 21 Want ziet,

FG Mattheüs 6: 6 | Bidden in uw binnenkamer 12-06-1988

Schriftlezingen Psalmen 130 en Mattheüs 6: 5-15 1e lezing Psalmen 130 1 Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE! 2 HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen. 1 van 3 3 Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan? 4 Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. 5 Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop

FG Mattheüs 6: 6 | wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer | 06-1988

Schriftlezing is mij niet bekend. Tekst voor de prediking Mattheüs 6: 6 6 Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en uw Vader, Die in het verborgen ziet, zal het u in het openbaar vergelden. De slotpsalm is Psalm 25: 7 Gods verborgen omgang vindenZielen, waar Zijn vrees in woont.‘t Heilgeheim wordt aan Zijn vrinden,Naar Zijn vreeverbond, getoond.d’ Ogen houdt mijn

FG Mattheüs 6: 11 | Geef ons heden ons dagelijks brood

Schriftlezing Mattheüs 6: 5-15 5 En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben. 6 Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en

FG Mattheüs 6: 13a | Leid ons niet in verzoeking | 08-02-1981

Schriftlezing Mattheüs 6: 5-15 5 En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben. 6 Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en

FG Mattheüs 6: 13a | en leidt ons niet in verzoeking | 00-10-1982

Schriftlezing: Mattheüs 6: 5-15 5 En wanneer gij bidt, zo zult gij niet zijn gelijk de geveinsden; want die plegen gaarne, in de synagogen en op de hoeken der straten staande, te bidden, opdat zij van de mensen mogen gezien worden. Voorwaar, Ik zeg u, dat zij hun loon weg hebben. 6 Maar gij, wanneer gij bidt, gaat in uw binnenkamer, en uw deur gesloten hebbende, bidt uw Vader, Die in het verborgen is; en

FG Mattheüs 6: 19-21 | Vegadert geen schatten op aarde | 05-08-1973

Schriftlezing Mattheüs 6: 19-34 19 Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; 20 Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen; 21 Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. 22 De kaars des lichaams is het oog; indien dan uw oog eenvoudig

FG Mattheüs 6: 24 | Gij kunt niet God dienen en de mammon | 10-1982

Schriftlezing Mattheüs 6: 19-24 19 Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze de mot en de roest verderft, en waar de dieven doorgraven en stelen; 20 Maar vergadert u schatten in den hemel, waar ze noch mot noch roest verderft, en waar de dieven niet doorgraven noch stelen; 21 Want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn. 22 De kaars des lichaams is het oog; indien dan uw oog eenvoudig

FG Mattheüs 6: 33 | de Goddelijke vonk, het Koninkrijk Gods is binnen u lieden | 22-11-1992

Schriftlezingen Mattheüs 6: 31-34 en Lukas 17: 20-21 1e lezing Mattheüs 6: 31-34 31 Daarom zijt niet bezorgd, zeggende: Wat zullen wij eten, of wat zullen wij drinken, of waarmede zullen wij ons kleden? 32 Want al deze dingen zoeken de heidenen; want uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft. 33 Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden. 34 Zijt dan niet

FG Mattheüs 6: 33 | Zoek eerst het Koninkrijk

Schriftlezing: Mattheüs 6: 25-34 25 Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel, en het lichaam dan de kleding? 26 Aanziet de vogelen des hemels, dat zij niet zaaien, noch maaien, noch verzamelen in de schuren; en uw hemelse Vader voedt nochtans dezelve; gaat gij dezelve niet zeer

FG Mattheüs 6: 34 | Weest niet bezorgd | 25-09-1977

Schriftlezing Mattheüs 6: 24-34  24 Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten; gij kunt niet God dienen en den Mammon. 25 Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten, en wat gij drinken zult; noch voor uw lichaam, waarmede gij u kleden zult; is het leven niet meer dan het voedsel,

FG Mattheüs 8: 19-20 | De vossen hebben holen | 11-10-1987

  Schriftlezing Mattheüs 8: 16-27 16 En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij wierp de boze geesten uit met den woorde, en Hij genas allen, die kwalijk gesteld waren; 17 Opdat vervuld zou worden, dat gesproken was door Jesaja, den profeet, zeggende: Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen. 18 En Jezus, vele scharen ziende rondom Zich, beval aan de

FG Mattheüs 8: 20 | Het volgen van Jezus | 14-02-1982

Schriftlezing: Mattheüs 8: 14-20 14 En Jezus gekomen zijnde in het huis van Petrus, zag zijn vrouws moeder te bed liggen, hebbende de koorts. schilderij van Rembrandt Harmensz. van Rijn: De genezing van de schoonmoeder van Petrus 15 En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar; en zij stond op, en diende henlieden. 16 En als het laat geworden was, hebben zij velen, van den duivel bezeten, tot Hem gebracht, en Hij

FG Mattheüs 9: 15 | en dan zullen zij vasten | 10-1986

Schriftlezing Mattheüs 9: 14-18 14 Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem, zeggende: Waarom vasten wij en de Farizeën veel, en Uw discipelen vasten niet? 15 En Jezus zeide tot hen: Kunnen ook de bruiloftskinderen treuren, zolang de Bruidegom bij hen is? Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en dan zullen zij vasten. 16 Ook zet niemand een lap ongevold laken op een oud kleed; want deszelfs

FG Mattheüs 10: 29 | de Voorzienigheid Gods | 23-04-1973

Schriftlezing Mattheüs 10: 27 en Zondag 10 van uit de Heidelbergse Catechismus. Mattheüs 10: 27 Hetgeen Ik u zeg in de duisternis, zegt het in het licht; en hetgeen gij hoort in het oor, predikt dat op de daken. 28 En vreest u niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel. 29 Worden niet twee

FG Mattheüs 11: 11 | Jezus en Johannes de doper | 09-11-1986

Schriftlezing: Mattheüs 11: 2-15 2 En Johannes, in de gevangenis gehoord hebbende de werken van Christus, zond twee van zijn discipelen; 3 En zeide tot hem: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen? 4 En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes weder, hetgeen gij hoort en ziet: 5 De blinden worden ziende, en de kreupelen wandelen; de melaatsen worden gereinigd, en de doven horen; de doden

FG Mattheüs 13: 37-39 | vergaderen van het onkruid | 27-01-1974

Schriftlezingen Mattheüs 13: 24-30 en 36-43 24 Een andere gelijkenis heeft Hij hun voorgesteld, zeggende: Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mens, die goed zaad zaaide in zijn akker. schilderij van Abraham Bloemaert: De gelijkenis van het onkruid tussen het graan 25 En als de mensen sliepen, kwam zijn vijand, en zaaide onkruid midden in de tarwe, en ging weg. 26 Toen het nu tot kruid opgeschoten was, en vrucht voortbracht, toen openbaarde

FG Mattheüs 17: 8 | zagen niemand dan Jezus alleen | 29-04-1984

Deze dienst betreft de afscheidsdienst van Hattem. Schriftlezingen Deuteronomium 6: 1-9 en Mattheüs 16: 28 – 17: 18 1e lezing Deuteronomium 6: 1 Dit zijn dan de geboden, de inzettingen en de rechten, die de HEERE, uw God, geboden heeft om u te leren; opdat gij ze doet in het land, naar hetwelk gij heentrekt, om dat erfelijk te bezitten; 2 Opdat gij den HEERE, uw God, vrezet, om te houden al Zijn inzettingen, en

FG Mattheüs 17: 8 | Jezus verheerlijking op de berg | 00-12-1982

Schriftlezingen Mattheüs 16: 24-28 en 17: 1-13 24 Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij. 25 Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden. 26 Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel?

FG Mattheüs 18: 10 | Worden als een kind | 24-03-1974

Schriftlezing Mattheüs 18: 1-14 en Zondag 23 uit de Heidelbergse Catechismus Mattheüs 18: 1 Te dierzelfder ure kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen? 2 En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen; 3 En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins

FG Mattheüs 18: 10 | Wie is de meeste in het Koninkrijk der hemelen

Schriftlezing Mattheüs 18: 1-14 1 Te dierzelfder ure kwamen de discipelen tot Jezus, zeggende: Wie is toch de meeste in het Koninkrijk der hemelen? 2 En Jezus een kindeken tot Zich geroepen hebbende, stelde dat in het midden van hen; 3 En zeide: Voorwaar zeg Ik u: Indien gij u niet verandert, en wordt gelijk de kinderkens, zo zult gij in het Koninkrijk der hemelen geenszins ingaan. 4 Zo wie dan zichzelven zal vernederen, gelijk

FG Mattheüs 18: 12 en 13 | verloren schaap /enkeling | 09-02-1975

Schriftlezingen Mattheüs 18: 12-14 en Lukas 15: 1-7 1e lezing Mattheüs 18: 12 Wat dunkt u, indien enig mens honderd schapen had, en een uit dezelve afgedwaald ware, zal hij niet de negen en negentig laten, en op de bergen heengaande, het afgedwaalde zoeken? 13 En indien het geschiedt, dat hij hetzelve vindt, voorwaar zeg Ik u, dat hij zich meer verblijdt over hetzelve, dan over de negen en negentig, die niet afgedwaald zijn geweest. 14 Alzo is

FG Mattheüs 18: 12-13 | het verloren schaap

  Schriftlezing Mattheüs 18: 11-14 11 Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken, dat verloren was. 12 Wat dunkt u, indien enig mens honderd schapen had, en een uit dezelve afgedwaald ware, zal hij niet de negen en negentig laten, en op de bergen heengaande, het afgedwaalde zoeken? 13 En indien het geschiedt, dat hij hetzelve vindt, voorwaar zeg Ik u, dat hij zich meer verblijdt over hetzelve, dan over de negen

FG Mattheüs 19: 21 | de rijke jongeling | 00-08-1991

Schriftlezingen Mattheüs 19: 16-27 hier van uit de Staten Vertaling geplaatst. 16 En ziet, er kwam een tot Hem, en zeide tot Hem: Goede Meester! wat zal ik goeds doen, opdat ik het eeuwige leven hebbe? 17 En Hij zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan Een, namelijk God. Doch wilt gij in het leven ingaan, onderhoud de geboden. 18 Hij zeide tot Hem: Welke? En Jezus zeide: Deze: Gij

FG Mattheüs 20: 33-34 | Heere, dat onze ogen geopend worden | 11-1991

  Schriftlezing Mattheüs 20: 29-34 29 En als zij van Jericho uitgingen, is Hem een grote schare gevolgd. 30 En ziet, twee blinden, zittende aan den weg, als zij hoorden, dat Jezus voorbijging, riepen, zeggende: Heere, Gij Zone Davids! ontferm U onzer. 31 En de schare bestrafte hen, opdat zij zwijgen zouden; maar zij riepen te meer, zeggende: Ontferm U onzer, Heere, Gij Zone Davids! 32 En Jezus, stil staande, riep hen en zeide: Wat

FG Mattheüs 22: 11-12 | geen bruilofstkleed hebbend | 27-04-1975

Schriftlezing Mattheüs 22: 1-14 1 En Jezus, antwoordende, sprak tot hen wederom door gelijkenissen, zeggende: 2 Het Koninkrijk der hemelen is gelijk een zeker koning, die zijn zoon een bruiloft bereid had; 3 En zond zijn dienstknechten uit, om de genoden ter bruiloft te roepen; en zij wilden niet komen. 4 Wederom zond hij andere dienstknechten uit, zeggende: Zegt den genoden: Ziet, ik heb mijn middagmaal bereid; mijn ossen, en de gemeste beesten zijn geslacht,

FG Mattheüs 22: 21b | De schatpenning | 07-1987

Schriftlezing: Mattheüs 22: 15-22 15 Toen gingen de Farizeën heen, en hielden te zamen raad, hoe zij Hem verstrikken zouden in Zijn rede. 16 En zij zonden uit tot Hem hun discipelen, met de Herodianen, zeggende: Meester! wij weten, dat Gij waarachtig zijt, en den weg Gods in der waarheid leert, en naar niemand vraagt; want Gij ziet den persoon der mensen niet aan; 17 Zeg ons dan: wat dunkt U? Is het geoorloofd, den

FG Mattheüs 25: 3-4 | Wijze en dwaze maagden | 07-08-1977

 Schriftlezing Mattheüs 25: 1-13 1 Als dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet. 2 En vijf van haar waren wijzen, en vijf waren dwazen. 3 Die dwaas waren, haar lampen nemende, namen geen olie met zich. 4 Maar de wijzen namen olie in haar vaten, met haar lampen. 5 Als nu de bruidegom vertoefde, werden zij allen sluimerig, en vielen in

FG Mattheüs 25: 29 | De talenten | 21-08-1977

Schriftlezing Mattheüs 14-30 14 Want het is gelijk een mens, die buiten ‘s lands reizende, zijn dienstknechten riep, en gaf hun zijn goederen over. 15 En den ene gaf hij vijf talenten, en den ander twee, en den derden een, een iegelijk naar zijn vermogen, en verreisde terstond. 16 Die nu de vijf talenten ontvangen had, ging heen, en handelde daarmede, en won andere vijf talenten. 17 Desgelijks ook die de twee ontvangen had, die

FG Mattheüs 25: 40 | aan Mijn minsten gedaan | 17-08-1980

Schriftlezing Mattheüs 25: 31-46 31 En wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon Zijner heerlijkheid. 32 En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt. 33 En Hij zal de schapen tot Zijn rechter hand zetten, maar de bokken tot Zijn linker

FG Mattheüs 26: 39 | …laat deze drinkbeker…-1992

Schriftlezing Mattheüs 26: 36-46 36 Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben. 37 En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeüs, begon Hij droevig en zeer beangst te worden. 38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij. schilderij van Andrea Mantegna:

FG Mattheüs 26: 39 | Niet mijn wil maar Uw wil geschieden | 03-1987

Schriftlezing Mattheüs 26: 36-46 36 Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben. 37 En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeüs, begon Hij droevig en zeer beangst te worden. 38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij. 39 En een

FG Mattheüs 26: 41 | Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt

Schriftlezing Mattheüs 26: 36-46 36 Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben. 37 En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeüs, begon Hij droevig en zeer beangst te worden. 38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij. 39 En een

FG Mattheüs 26: 41 | weliswaar is de geest gewillig maar het vlees is zwak | 07-1989

Schriftlezing Mattheüs 26: 36-46 36 Toen ging Jezus met hen in een plaats genaamd Gethsemane, en zeide tot de discipelen: Zit hier neder, totdat Ik heenga, en aldaar zal gebeden hebben. 37 En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeüs, begon Hij droevig en zeer beangst te worden. 38 Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij. 39 En een

FG Mattheüs 27: 41-43 | De bespotting | 01-04-1990

Schriftlezingen Mattheüs 27: 27-32 en Mattheus 27: 38-44 Hier in de Statenvertaling doch de Graaff leest al vertalende. 1e lezing Mattheus 27: 27-32 27 Toen namen de krijgsknechten des stadhouders Jezus met zich in het rechthuis, en vergaderden over Hem de ganse bende. 28 En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om; 29 En een kroon van doornen gevlochten hebbende, zetten die op Zijn hoofd, en een rietstok in Zijn

FG Mattheüs 27: 50-52 | De graven worden geopend | 28-03-1993

Schriftlezingen Mattheus 27: 50-54 | 1 Petrus 3: 18-21 en 4: 6 1e lezing Mattheüs 27: 50-54 50 En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest. 51 En ziet, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden. 52 En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt; 53 En uit de graven uitgegaan zijnde, na

FG Mattheüs 27: 52-53 | na Zijn opstanding

Schriftlezing Mattheüs 27: 50-54 50 En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest.51 En ziet, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden.52 En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt;53 En uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zij in de heilige stad, en zijn velen verschenen.54 En de hoofdman over

FG Mattheüs 27, 52-53 en Johannes 21: 20-25 | Opwekking van vele heiligen | 00-04-1988

Schriftlezingen Mattheüs 27: 50-53 en Johannes 21: 20-25  1e lezing Mattheüs 27: 50-53 50 En Jezus, wederom met een grote stem roepende, gaf den geest. 51 En ziet, het voorhangsel des tempels scheurde in tweeën, van boven tot beneden; en de aarde beefde, en de steenrotsen scheurden. 52 En de graven werden geopend, en vele lichamen der heiligen, die ontslapen waren, werden opgewekt; 53 En uit de graven uitgegaan zijnde, na Zijn opstanding, kwamen zij

FG Mattheüs 28: 5-6 | Ik weet wien gij zoekt | 19-04-1981

Schriftlezing Mattheüs 28: 1-10 1 En laat na de sabbat, als het begon te lichten, tegen den eersten dag der week, kwam Maria Magdalena, en de andere Maria, om het graf te bezien. 2 En ziet, er geschiedde een grote aardbeving; want een engel des Heeren, nederdalende uit den hemel, kwam toe, en wentelde den steen af van de deur, en zat op denzelven. 3 En zijn gedaante was gelijk een bliksem, en zijn kleding

FG Mattheüs 28: 19 | weidt in alle volken | 04-1991

Schriftlezing Mattheüs 28: 16-20 16 En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had. 17 En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden. 18 En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. 19 Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen

FG Mattheüs 28: 19 | Het zendingsbevel | 13-06-1993

Schriftlezing Mattheüs 28: 16-20 16 En de elf discipelen zijn heengegaan naar Galilea, naar den berg, waar Jezus hen bescheiden had. 17 En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden. 18 En Jezus, bij hen komende, sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. 19 Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen

FG Markus 1: 14-15 | Roeping van de discipelen | 30-01-1993

Schriftlezing Markus 1: 9-15 9 En het geschiedde in diezelfde dagen, dat Jezus kwam van Nazareth, gelegen in Galilea, en werd van Johannes gedoopt in de Jordaan. 10 En terstond, als Hij uit het water opklom, zag Hij de hemelen opengaan, en den Geest, gelijk een duif, op Hem nederdalen. 11 En er geschiedde een stem uit de hemelen: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb! 12 En terstond dreef Hem

FG Markus 2: 10-11 | de verlamde – hun geloof ziende | 06-07-1980

Schriftlezing Markus 2:1-13 1 En na sommige dagen is Hij wederom binnen Kapernaum gekomen; en het werd gehoord, dat Hij in huis was. 2 En terstond vergaderden daar velen, alzo dat ook zelfs de plaatsen omtrent de deur hen niet meer konden bevatten; en Hij sprak het woord tot hen. 3 En er kwamen sommigen tot Hem, brengende een geraakte, die van vier gedragen werd. schilderij van Anonymus: De genezing van de lamme van Kapernaum

FG Markus 4: 22 | gelijkenissen- raadsel en heilgeheim | 27-01-1974

Schriftlezing Markus 4: 21-25 21 En Hij zeide tot hen: Komt ook de kaars, opdat zij onder de koornmaat of onder het bed gezet worde? Is het niet, opdat zij op den kandelaar gezet worde? 22 Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden; en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou komen. 23 Zo iemand oren heeft om te horen, die hore. 24 En

FG Markus 4: 25 | Nemen en geven van de gave Gods | 19-08-1982

Schriftlezing Markus 4: 21-25 21 En Hij zeide tot hen: Komt ook de kaars, opdat zij onder de koornmaat of onder het bed gezet worde? Is het niet, opdat zij op den kandelaar gezet worde? 22 Want er is niets verborgen, dat niet geopenbaard zal worden; en er is niets geschied, om verborgen te zijn, maar opdat het in het openbaar zou komen. 23 Zo iemand oren heeft om te horen, die hore. 24 En Hij

FG Markus 4: 41 | Wie is deze? bestraft de storm | 10-09-1978

Schriftlezing Markus 4: 33-41 33 En door vele zulke gelijkenissen sprak Hij tot hen het Woord, naardat zij het horen konden. 34 En zonder gelijkenis sprak Hij tot hen niet; maar Hij verklaarde alles Zijn discipelen in het bijzonder. 35 En op denzelfden dag, als het nu avond geworden was, zeide Hij tot hen: Laat ons overvaren aan de andere zijde. 36 En zij, de schare gelaten hebbende, namen Hem mede, gelijk Hij in het

FG Markus 5: 30 | Bloedvloeiende vrouw | 18-02-1979

Schriftlezing Markus 5: 25-34 25 En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had, 26 En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was; 27 Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte Zijn kleed aan; 28 Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, zal

FG Markus 5: 32 | Wie heeft mij aangeraakt | 26-08-1982

Schriftlezing Markus 5: 24-34 24 En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem. 25 En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had, 26 En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was; 27 Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren, en raakte

FG Markus 5: 39-41 | Jaïrus | 30-09-1979

Schriftlezing Markus 5:21-43 21 En als Jezus wederom in het schip overgevaren was aan de andere zijde, vergaderde een grote schare bij Hem; en Hij was bij de zee. 22 En ziet, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jaïrus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten, 23 En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U, dat Gij komt en de handen op haar legt,

FG Markus 7: 34 | De doofstomme | 09-11-1980

Schriftlezing Markus 7: 31-37 31 En Hij wederom weggegaan zijnde van de landpalen van Tyrus en Sidon, kwam aan de zee van Galilea, door het midden der landpalen van Dekapolis. 32 En zij brachten tot Hem een dove, die zwaarlijk sprak, en baden Hem, dat Hij de hand op hem legde. 33 En hem van de schare alleen genomen hebbende, stak Hij Zijn vingeren in zijn oren, en gespogen hebbende, raakte Hij zijn tong aan;

FG Markus 8: 25 | Blinde te Betsaïda | 19-06-1977

Schriftlezing Markus 8: 22- 26 22 En Hij kwam te Bethsaida; en zij brachten tot Hem een blinde, en baden Hem, dat Hij hem aanraakte. 23 En de hand des blindengenomen hebbende, leidde Hij hem uit buiten het vlek, en spoog in zijn ogen, en leide de handen op hem, en vraagde hem, of hij iets zag. 24 En hij, opziende, zeide: Ik zie de mensen, want ik zie hen, als bomen, wandelen. 25 Daarna

FG Markus 9: 2-3 | Verheerlijking op de berg | 17-07-1977

Schriftlezing Markus 9: 1-13 1 En Hij zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat er sommigen zijn van degenen, die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij zullen hebben gezien, dat het Koninkrijk Gods met kracht gekomen is. 2 En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en bracht hen op een hogen berg bezijden alleen; en Hij werd voor hen van gedaante veranderd. 3 En

FG Markus 10: 17-27 | want alle dingen zijn mogelijk nabij God

Schriftlezing Markus 17-27 17 En als Hij uitging op den weg, liep een tot Hem, en voor Hem op de knieën vallende, vraagde Hem: Goede Meester! wat zal ik doen, opdat ik het eeuwige leven beërve? 18 En Jezus zeide tot hem: Wat noemt gij Mij goed? Niemand is goed, dan Een, namelijk God. 19 Gij weet de geboden: Gij zult geen overspel doen; gij zult niet doden; gij zult niet stelen; gij zult geen

FG Markus 10: 51-52 | Rabboni! dat ik ziende mag worde

Tekst voor de prediking Markus 10: 51 en 52 51 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Wat wilt gij, dat Ik u doen zal? En de blinde zeide tot Hem: Rabboni! dat ik ziende mag worden. 52 En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden. En terstond werd hij ziende, en volgde Jezus op den weg. Download audio bestand

FG Markus 10: 13-14 | Laat de kinderen tot mij komen | 31-03-1974

Schriftlezing Markus 10: 13-15 13 En zij brachten kinderkens tot Hem, opdat Hij ze aanraken zou; en de discipelen bestraften degenen, die ze tot Hem brachten. 14 Maar Jezus, dat ziende, nam het zeer kwalijk, en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen, en verhindert ze niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods. 15 Voorwaar zeg Ik u: Zo wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt, gelijk een kindeken, die zal in hetzelve geenszins

FG Markus 12: 28-34 | Er is geen ander gebod, groter dan deze

Schriftlezing Markus 12: 28-34 28 En een der Schriftgeleerden horende, dat zij te zamen in woorden waren, en wetende, dat Hij hun wel geantwoord had, kwam tot Hem, en vraagde Hem: Welk is het eerste gebod van alle? 29 En Jezus antwoordde hem: Het eerste van al de geboden is: Hoor, Israël! de Heere, onze God, is een enig Heere. 30 En gij zult den Heere, uw God, liefhebben uit geheel uw hart, en uit

FG Markus 12: 43 | Het penningske van de weduwe

Tekst voor de prediking Markus 12: 43 43 En Jezus, Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft, dan allen, die in de schatkist geworpen hebben. Download audio bestand

FG Markus 14: 7 | maar Mij hebt gij niet altijd bij u | 03-1970

Schriftlezing: Markus 14: 3-9 3 En als Hij te Bethanië was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd. 4 En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied? 5 Want dezelve had kunnen

FG Markus 14: 9 | zal gesproken worden tot haar gedachtenis | 02-1989

Schriftlezing: Markus 14: 3-9 3 En als Hij te Bethanië was, in het huis van Simon, den melaatse, daar Hij aan tafel zat, kwam een vrouw, hebbende een albasten fles met zalf van onvervalsten nardus, van groten prijs; en de albasten fles gebroken hebbende, goot die op Zijn hoofd. 4 En er waren sommigen, die dat zeer kwalijk namen bij zichzelven, en zeiden: Waartoe is dit verlies der zalf geschied? 5 Want dezelve had kunnen

FG Markus 14: 36 | Gebed in Gethsemané | 00-02-1993

Schriftlezing Markus 14: 32- 42 32 En zij kwamen in een plaats, welker naam was Gethsemane, en Hij zeide tot Zijn discipelen: Zit hier neder, totdat Ik gebeden zal hebben. 33 En Hij nam met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, en begon verbaasd en zeer beangst te worden; 34 En zeide tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier, en waakt. 35 En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij

FG Markus 15: 21 | Simon van Cyrene | 14-03-1982

De opname is geluidtechnisch niet optimaal. De laatste woorden van de preek mis ik…. Bij aanvang Psalm 22: 1 en 2 1 Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij, En redt mij niet, terwijl ik zwoeg en strij’, En brullend klaag in d’ angsten die ik lij’? Dus fel geslagen? ‘t Zij ik, mijn God, bij dag moog’ bitter klagen. Gij antwoordt niet; ‘t Zij ik des nachts moog’ kermen. Ik heb geen rust,

FG Markus 15: 34 | Mijn God, Mijn God, waartoe | 04-04-1982

Deze opname bevat meerdere geluidtechnische zwakke/storende momenten! Votum en Groet, Aanvang Psalm 22: 1 en 2 1 Mijn God, mijn God, waarom verlaat Gij mij, En redt mij niet, terwijl ik zwoeg en strij’, En brullend klaag in d’ angsten die ik lij’? Dus fel geslagen? ‘t Zij ik, mijn God, bij dag moog’ bitter klagen. Gij antwoordt niet; ‘t Zij ik des nachts moog’ kermen. Ik heb geen rust, ook vind ik geen ontfermen, In

FG Lukas 1: 5 | Zacharia en Elisabeth | 18-12-1977

Schriftlezing Lukas 1: 5-25 (SV) 5 In de dagen van Herodes, den koning van Judea, was een zeker priester, met name Zacharias, van de dagorde van Abia; en zijn vrouw was uit de dochteren van Aäron, en haar naam Elizabet. 6 En zij waren beiden rechtvaardig voor God, wandelende in al de geboden en rechten des Heeren, onberispelijk. 7 En zij hadden geen kind, omdat Elizabet onvruchtbaar was, en zij beiden verre op hun dagen

FG Lukas 1: 34-35 | en de Engel kwam tot Maria | 12-1985

Schriftlezing: Lukas 1: 26-38 26 En in de zesde maand werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazareth; 27 Tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, wiens naam was Jozef, uit den huize Davids; en de naam der maagd was Maria. schilderij van Il Tintoretto: De annunciatie » meer 28 En de engel tot haar ingekomen zijnde, zeide: Wees gegroet, gij begenadigde; de Heere is met u;

FG Lukas 1: 44-45 | Elia wederom geboren | 11-12-1977

Schriftlezing Lukas 1: 39-4539 En Maria, opgestaan zijnde in diezelfde dagen, reisde met haast naar het gebergte, in een stad van Juda; schilderij van Il Guercino (Giovanni Francesco Barbieri): De visitatie » meer 40 En kwam in het huis van Zacharias, en groette Elizabet. 41 En het geschiedde, als Elizabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik; en Elizabet werd vervuld met den Heiligen Geest; 42 En riep uit

FG Lukas 1: 48 en 54 | Lofzang van Maria | 16-11-1980

Psalm 84: 5 O God, die ons ten schilde zijt, En ons voor alle ramp bevrijdt, Aanschouw toch Uw gezalfde Koning. Een dag is in Uw huis mij meer, Dan duizend, waar ik U ontbeer; ‘k Waar’ liever in mijn Bondsgods woning Een dorpelwachter, dan gewend Aan d’ ijdle vreugd’ in ‘s bozen tent. Na het uitspreken van de de Geloofsbelijdenis   Psalm 75: 1 U alleen, U loven wij; Ja wij loven U, o Heer’,

FG Lukas 1: 48 en 54 | Lofzang van Maria | 01-08-1990

Schriftlezing: Lukas 1: 46-55 46 En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot den Heere; 47 En mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker; 48 Omdat Hij de nederheid Zijner dienstmaagd heeft aangezien; want zie, van nu aan zullen mij zalig spreken al de geslachten. 49 Want grote dingen heeft aan mij gedaan Hij, Die machtig is, en heilig is Zijn Naam. 50 En Zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen, die Hem

FG Lukas 2: 12 | en dit zal u het teken zijn | 22-12-1991

Schriftlezing: Lukas 2: 1-12 1 En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden. 2 Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrië stadhouder was. 3 En zij gingen allen om beschreven te worden, een iegelijk naar zijn eigen stad. 4 En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt,

FG Lukas 2: 13-14 | Heerlijkheid Gods… | 25-12-1980

Psalm 118: 12 en 14 12 Dit is de dag, de roem der dagen, Dien Isrels God geheiligd heeft. Laat ons verheugd, van zorg ontslagen, Hem roemen, die ons blijdschap geeft. Och Heer’, geef thans Uw zegeningen; Och Heer’, geef heil op dezen dag; Och, dat men op deez’ eerstelingen Een rijken oogst van voorspoed zag. 14 Gij zijt mijn God, U zal ik loven, Verhogen Uwe majesteit. Mijn God, niets gaat Uw roem te

FG Lukas 2: 14 | Ere zij God | 23-12-1990

Schriftlezing: Lukas 2: 1-15 1 En het geschiedde in diezelfde dagen, dat er een gebod uitging van den Keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden. 2 Deze eerste beschrijving geschiedde, als Cyrenius over Syrië stadhouder was. 3 En zij gingen allen om beschreven te worden, een iegelijk naar zijn eigen stad. 4 En Jozef ging ook op van Galilea, uit de stad Nazareth, naar Judea, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt,

FG Lukas 2: 18-19 | Maria bewaarde deze woorden in haar hart | 28-12-1980

De eerste 30 seconden is het geluid niet helder.Schriftlezing 2:  15 En het geschiedde, als de engelen van hen weggevaren waren naar den hemel, dat de herders tot elkander zeiden: Laat ons dan heengaan naar Bethlehem, en laat ons zien het woord, dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft verkondigd. schilderij van Hugo van der Goes: De aanbidding der herders » meer 16 En zij kwamen met haast, en vonden Maria en Jozef,

FG Lukas 2: 21-22 | Jezus besnijdenis | 04-01-1981

In de opname is tussen 25 en 31e minuut storing waarneembaar. Deze opname valt in een Doopdienst in bij het voorlezen van het doopformulier Na de doop zingt de gemeente: Psalm 134: 3 3 Dat ‘s Heeren zegen op u daal’; Zijn gunst uit Sion u bestraal’. Hij schiep ‘t heelal, Zijn Naam ter eer: Looft, looft dan aller heren Heer’! Schriftlezing Lukas 2: 21-24 21 En als acht dagen vervuld waren, dat men het

FG Lukas 2: 25 | Simeon | 15-01-1978

Opname van een volledige Doopdienst Gemeente zingt: Psalm 78: 1 en 2 1 Neem, o mijn volk, neem mijne leer ter oren; Neig oor en hart, om naar mijn stem te horen; ‘k Zal met mijn mond u wijze spreuken leren, Verborgenheen, van ouds af waardig t’ eren. Mij vloeit een schat van wijsheid uit den mond, Gelijk een bron, die voortspringt uit den grond. 2 Verborgenheen, met diep ontzag te melden, Die ons voorheen

FG Lukas 2: 38 | Anna | 28-12-1975

Schriftlezing: Lukas 2: 35 (En ook een zwaard zal door uw eigen ziel gaan) opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden. 36 En er wasAnna, een profetesse, een dochter van Fanuël, uit den stam van Aser; deze was tot groten ouderdom gekomen, welke met haar man zeven jaren had geleefd van haar maagdom af. 37 En zij was een weduwe van omtrent vier en tachtig jaren, dewelke niet week uit den tempel, met vasten

FG Lukas 2: 49 | Jezus in de Tempel | 02-1988

In deze opname is vooral in het begin en op het einde een golvend geluid die als storend ervaren kan worden. Mogelijk lukt het in de toekomst de opname nogeens te herhalen. Schriftlezing: Lukas 2: 39-52 39 En als zij alles voleindigd hadden, wat naar de wet des Heeren te doen was, keerden zij weder naar Galilea, tot hun stad Nazareth. schilderij van Gerard (Gerrit) van Honthorst: De jeugd van Jezus » meer 40 En het Kindeken

FG Lukas 4: 9-12 | Verzoeking in de woestijn | 28-10-1979

Deze opname bevat de schriftlezing en de preek Schriftlezing: 1 En Jezus, vol des Heiligen Geestes, keerde wederom van de Jordaan, en werd door den Geest geleid in de woestijn; 2 En werd veertig dagen verzocht van den duivel; en at gans niet in die dagen, en als dezelve geëindigd waren, zo hongerde Hem ten laatste. 3 En de duivel zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg tot dezen steen, dat hij brood

FG Lukas 9: 23 | Zelfverloochening | 14-10-1979

Schriftlezing: Lukas 9: 18-27  18 En het geschiedde, als Hij alleen was biddende, dat de discipelen met Hem waren, en Hij vraagde hen, zeggende: Wie zeggen de scharen, dat Ik ben? 19 En zij, antwoordende, zeiden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Dat enig profeet van de ouden opgestaan is. 20 En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij, dat Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide: De Christus Gods. 21 En

FG Lukas 9: 25 | oude, nieuwe mens | 03-02-1980

Schriftlezing: Lukas: 18 En het geschiedde, als Hij alleen was biddende, dat de discipelen met Hem waren, en Hij vraagde hen, zeggende: Wie zeggen de scharen, dat Ik ben? 19 En zij, antwoordende, zeiden: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Dat enig profeet van de ouden opgestaan is. 20 En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij, dat Ik ben? En Petrus, antwoordende, zeide: De Christus Gods. 21 En Hij gebood

FG Lukas 10: 36-37 | Barmhartige Samaritaan | 16-09-1979

Schriftlezing: Lukas 10 : 25 En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven? 26 En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij? 27 En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als

FG Lukas 10: 36-37 | de Barmhartige Samaritaan (over de genade)

Schriftlezing: Lukas 10: 25-37 25 En ziet, een zeker wetgeleerde stond op, Hem verzoekende, en zeggende: Meester, wat doende zal ik het eeuwige leven beërven? 26 En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij? 27 En hij, antwoordende, zeide: Gij zult den Heere, uw God, liefhebben, uit geheel uw hart, en uit geheel uw ziel, en uit geheel uw kracht, en uit geheel uw verstand; en uw naaste als

FG Lukas 10: 41-42 | Goede deel kiezen | 05-10-1975

De preek staat niet volledig op de opname…. Schriftlezing: Lukas 10: 38 En het geschiedde, als zij reisden, dat Hij kwam in een vlek; en een zekere vrouw, met name Martha, ontving Hem in haar huis. 39 En deze had een zuster, genaamd Maria, welke ook, zittende aan de voeten van Jezus, Zijn woord hoorde. schilderij van Diego Rodríguez da Silva y Velázquez: Christus bij Martha en Maria » meer 40 Doch Martha was zeer

FG Lukas 12: 37a | Wakende gevonden worden | 22-01-1978

De gemeente zingt Psalm 135: 1 en 3 1 Prijst den Naam van uwen God, ‘s Heeren knechten, hier vergaard; Prijst Zijn Naam en wijs gebod, Daar g’ in ‘t voorhof staat geschaard, En uw ambt bekleedt met eer In het huis van onzen Heer’. 3 God is groot; ik weet dat Hij Hoger is dan alle goon. Onze God voert heerschappij, Hij beheerst van Zijnen troon Hemel, afgrond, zee en aard’: God is aller

FG Lukas 15: 17a | Verloren zoon | 02-10-1977

Schriftlezing: Lukas 15: 11-32 11 En Hij zeide: Een zeker mens had twee zonen. 12 En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds, dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed. 13 En niet vele dagen daarna, de jongste zoon, alles bijeenvergaderd hebbende, is weggereisd in een ver gelegen land, en heeft aldaar zijn goed doorgebracht, levende overdadiglijk. 14 En als hij het alles verteerd had,

FG Lukas 15: 28 | De zoon die thuis bleef | 09-10-1977

Schriftlezing: Lukas 15: 25-32 25 En zijn oudste zoon was in het veld; en als hij kwam, en het huis genaakte, hoorde hij het gezang en het gerei, 26 En tot zich geroepen hebbende een van de knechten, vraagde, wat dat mocht zijn. 27 En deze zeide tot hem: Uw broeder is gekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond weder ontvangen heeft. 28 Maar hij werd toornig, en wilde

FG Lukas 16: 9 | Vrienden met onrechtvaardige mammon | 16-11-1975

Schriftlezing: Lukas 16: 1-13 1 En Hij zeide ook tot Zijn discipelen: Er was een zeker rijk mens, welke een rentmeester had; en deze werd bij hem verklaagd, als die zijn goederen doorbracht. 2 En hij riep hem, en zeide tot hem: Hoe hoor ik dit van u? Geef rekenschap van uw rentmeesterschap; want gij zult niet meer kunnen rentmeester zijn. 3 En de rentmeester zeide bij zichzelven: Wat zal ik doen, dewijl mijn heer

FG Lukas 16: 30 | De rijke man en de arme Lazarus | 00-02-1983

Schriftlezing: Lukas 16: 19-31 19 En er was een zeker rijk mens, en was gekleed met purper en zeer fijn lijnwaad, levende allen dag vrolijk en prachtig. 20 En er was een zeker bedelaar, met name Lazarus, welke lag voor zijn poort vol zweren; 21 En begeerde verzadigd te worden van de kruimkens, die van de tafel des rijken vielen; maar ook de honden kwamen en lekten zijn zweren. 22 En het geschiedde, dat de

FG Lukas 17: 20-21 | Het Koninkrijk Gods binnen in u

Lukas 17: 20 En gevraagd zijnde van de Farizeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, heeft Hij hun geantwoord en gezegd: Het Koninkrijk Gods komt niet met uiterlijk gelaat. 21 En men zal niet zeggen: Ziet hier, of ziet daar, want, ziet, het Koninkrijk Gods is binnen ulieden. 

FG Lukas 18: 14a | Tollenaar, farizeër | 20-10-1974

Schriftlezing: Lukas 18: 9 En Hij zeide ook tot sommigen, die bij zichzelven vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, en de anderen niets achtten, deze gelijkenis: 10 Twee mensen gingen op in den tempel om te bidden, de een was een Farizeër, en de ander een tollenaar. 11 De Farizeër, staande, bad dit bij zichzelven: O God! ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere mensen, rovers, onrechtvaardigen, overspelers; of ook gelijk deze tollenaar.

FG Lukas 19: 9-10 | Jezus en Zacheüs | 02-1985

Schriftlezing: Lukas 19: 1-10 1 En Jezus, ingekomen zijnde, ging door Jericho. 2 En zie, er was een man, met name geheten Zacheüs; en deze was een overste der tollenaren, en hij was rijk; 3 En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was. 4 En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgeboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg

FG Lukas 22: 19b | Avondmaal wederherinnering | 24-06-1990

Schriftlezing: Lukas 22: 14-20 14 En als de ure gekomen was, zat Hij aan, en de twaalf apostelen met Hem. 15 En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd, dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde; 16 Want Ik zeg u, dat Ik niet meer daarvan eten zal, totdat het vervuld zal zijn in het Koninkrijk Gods. 17 En als Hij een drinkbeker genomen had, en gedankt had, zeide Hij: Neemt

FG Lukas 22: 24-34 | Als gij eens bekeert zult zijn | 16-02-1975

Schriftlezing: Lukas 22: 24 En er werd ook twisting onder hen, wie van hen scheen de meeste te zijn. 25 En Hij zeide tot hen: De koningen der volken heersen over hen; en die macht over hen hebben, worden weldadige heren genaamd. 26 Doch gij niet alzo; maar de meeste onder u, die zij gelijk de minste, en die voorganger is, als een die dient. 27 Want wie is meerder, die aanzit, of die dient?

FG Lukas 22: 31-32 | wie is de meeste

Tekst Lukas 22: 31-32 31 En de Heere zeide: Simon, Simon, ziet, de satan heeft ulieden zeer begeerd om te ziften als de tarwe; 32 Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders. De slotzang is Psalm 118: 11 De steen, dien door de tempelbouwersVerachtlijk was een plaats ontzegd,Is, tot verbazing der beschouwers,Van God ten hoofd des hoeks gelegd.Dit werk

FG Lukas 22: 36 | Verkope kleed en kope zwaard | 11-03-1973

De geluidskwaliteit van deze opname is zeker niet optimaal. Schriftlezing:Lukas 22: 35 En Hij zeide tot hen: Als Ik u uitzond, zonder buidel, en male, en schoenen, heeft u ook iets ontbroken? En zij zeiden: Niets. 36 Hij zeide dan tot hen: Maar nu, wie een buidel heeft, die neme hem, desgelijks ook een male; en die geen heeft, die verkope zijn kleed, en kope een zwaard. 37 Want Ik zeg u, dat nog dit,

FG Lukas 23: 34a | Vader vergeef het hun | 23-03-1980

Het geluid, met name van de zang is minder van kwaliteit… Schriftlezing: Lukas 23: 26 En als zij Hem wegleidden, namen zij een Simon van Cyrene, komende van den akker, en legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg. 27 En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook weenden en Hem beklaagden. schilderij van Peter Paul Rubens: Christus en Maria Magdalena 28 En Jezus, Zich tot haar

FG Lukas 23: 40-41 | Heden met mij in paradijs | 31-07-1977

Het geluid is niet optimaal.  Schriftlezing: Lukas 23: 33 En toen zij kwamen op de plaats, genaamd Hoofdschedel plaats, kruisigden zij Hem aldaar, en de kwaaddoeners, den een ter rechter zijde en den ander ter linker zijde. 34 En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet, wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot. 35 En het volk stond en zag het aan. En ook de oversten met hen

FG Lukas 24: 5 | Pasen | 26-03-1978

Deze opname heeft op de achtergrond nog een (wellicht storende) ruis. Psalm 118: 12 en 14 bij aanvang van de dienst gezongen: 12 Dit is de dag, de roem der dagen, Dien Isrels God geheiligd heeft. Laat ons verheugd, van zorg ontslagen, Hem roemen, die ons blijdschap geeft. Och Heer’, geef thans Uw zegeningen; Och Heer’, geef heil op dezen dag; Och, dat men op deez’ eerstelingen Een rijken oogst van voorspoed zag. 14 Gij

FG Lukas 24: 45 | toen opende Hij hun verstand | 25-04-1993

Schriftlezing: Lukas 24: 33-49 uitgeschreven zoals wordt voor gelezen 33 En zij, opstaande ter zelfder ure, keerden weder naar Jeruzalem, en vonden de elven samenvergaderd, en die met hen waren; 34 Welke zeiden: De Heere is waarlijk opgestaan, en is van Simon gezien. 35 En zij vertelden, hetgeen op den weg geschied was, en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods. 36 En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus

FG 1 Johannes 1: 5 | God is enkel licht | 21-11-1976

  Schriftlezing: 1 Johannes 1: 1-10 1 Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens; 2 (Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven, Hetwelk bij den Vader was, en ons is geopenbaard.) 3 Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat

FG Johannes 1: 5 | Licht in de duisternis | 07-12-1980

   Psalm 86: 6 6 Leer mij naar Uw wil te handlen, ‘k Zal dan in Uw waarheid wandlen; Neig mijn hart, en voeg het saam, Tot de vrees van Uwen Naam. Heer’, mijn God, ik zal U loven, Heffen ‘t ganse hart naar boven; ‘k Zal Uw Naam en majesteit Eren tot in eeuwigheid. Schriftlezing: Johannes 1: 1-14 1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord

FG 1 Johannes 1: 7 | Het bloed | 00-10-1990

Schriftlezing is geweest: 1 Johannes 1: 1 Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben, en onze handen getast hebben, van het Woord des levens; 2 (Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben het gezien, en wij getuigen, en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven, Hetwelk bij den Vader was, en ons is geopenbaard.) 3 Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat

FG Johannes 1: 9 | Het waarachtige Licht | 21-12-1980

Gezang 2 klinkt als eerste in deze opname, u hoort de laatste 2 verzen nog… 1 Daar komt een schip geladen tot aan het hoogste boord, draagt Gods Zoon vol genade, des Vaders eeuwig Woord. 2 Hoe ‘t schip het water kliefde! het bergt een kostb’re last; het zeil, dat is de liefde, de heil’ge Geest de mast. 3 Het anker valt ter rede, nu is het schip aan land. Het Woord is vlees geworden,

FG Johannes 1: 9-12 | En het Licht schijnt in de duisternis | 08-12-1985

Schriftlezing: Johannes 1: 1-18 1 In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. 2 Dit was in den beginne bij God. 3 Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. 4 In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen. 5 En het Licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft hetzelve niet

FG Johannes 1: 29b | Zie het Lam Gods | 03-03-1992

Schriftlezing: Johannes 1: 26-34 26 Johannes antwoordde hun, zeggende: Ik doop met water, maar Hij staat midden onder ulieden, Dien gij niet kent; 27 Dezelve is het, Die na mij komt, Welke voor mij geworden is, Wien ik niet waardig ben, dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden. 28 Deze dingen zijn geschied in Bethabara, over de Jordaan, waar Johannes was dopende. 29 Des anderen daags zag Johannes Jezus tot zich komende, en zeide: Zie het